Begrippen
Begrippen
Uitleg van veelgebruikte termen bij tandartstarieven en mondzorg.
Aangeboren spleet in de bovenkaak
Ook: Opening in de bovenkaakEen aangeboren spleet in de bovenkaak is een opening in de bovenkaak die al vóór de geboorte ontstaat. Hierdoor sluiten delen van de bovenkaak niet volledig op elkaar aan. Dit kan invloed hebben op eten, drinken, spreken, de groei van het gebit en de kaak. De behandeling gebeurt door een team van specialisten en bestaat vaak uit meerdere stappen, zoals operaties en orthodontische zorg.

Abces
Ook: tandabcesEen abces signaleer je vrij snel. Je ervaart pijn tijdens het kauwen of bij het duwen op de aangetaste tand of kies. De wang en de lymfeklieren in de hals kunnen tijdens de ontsteking sterk opzwellen.

Zie voor uitgebreide beschrijving de informatie pagina over abces
Abutment
Ook: implantaatEen abutment is een verbindingsstuk dat wordt gebruikt bij een tandimplantaat. Het abutment wordt op het implantaat geplaatst en vormt de verbinding tussen het implantaat in het kaakbot en de kroon, brug of prothese die daarop komt.

Een implantaat bestaat meestal uit drie onderdelen: het implantaat zelf, het abutment en de uiteindelijke tand of kies (de kroon). Nadat het implantaat goed is vastgegroeid in het kaakbot, bevestigt de tandarts of implantoloog het abutment. Hierop wordt vervolgens de definitieve kroon, brug of klikgebit geplaatst.
Abutments zijn verkrijgbaar in verschillende vormen en maten. Ze worden vaak gemaakt van titanium of keramiek. Welk type het meest geschikt is, hangt af van de plaats van het implantaat, de stand van de tanden en kiezen en het gewenste eindresultaat.
Het plaatsen van een abutment is meestal een kleine behandeling. Daarna kan het tandvlees enkele dagen gevoelig zijn. Een goede mondhygiëne is belangrijk om het tandvlees rondom het implantaat gezond te houden.
Met een goed geplaatst en goed onderhouden abutment kan een implantaat jarenlang goed blijven functioneren. Regelmatige controles bij de tandarts of implantoloog helpen om eventuele problemen op tijd te ontdekken.
Adhesief
Ook: hechtmiddelEen adhesief is een speciale vloeistof of lijm die de tandarts gebruikt om een vulling, kroon, facing of ander tandheelkundig materiaal stevig aan een tand of kies te hechten. Het zorgt ervoor dat verschillende materialen goed met elkaar verbonden blijven.
Voordat een adhesief wordt aangebracht, maakt de tandarts het tandoppervlak schoon en vaak ook iets ruwer. Daarna wordt het adhesief op de tand aangebracht. Hierdoor kan het vulmateriaal of een ander restauratiemateriaal zich beter aan de tand vasthechten. Bij veel behandelingen wordt het adhesief uitgehard met een speciale blauwe lamp.
Door het gebruik van een adhesief blijft een vulling beter op zijn plaats en wordt de kans op lekkage tussen de tand en de vulling kleiner. Dit helpt om nieuwe gaatjes onder of langs de vulling te voorkomen. Ook is er vaak minder gezond tandweefsel nodig dan bij oudere behandelmethoden.
Adhesieven worden veel gebruikt bij witte composietvullingen, facings, kronen en andere tandheelkundige restauraties. Dankzij deze hechttechniek kunnen tanden en kiezen op een duurzame en natuurlijke manier worden hersteld.

Afdrukken (Gipsmodellen)
Ook: kopie van je gebit of kakenOm allerlei redenen kan een tandarts een kopie van je gebit of kaken nodig hebben.
Dit is bijvoorbeeld nodig bij het maken van een kroon of kunstgebit, maar kan ook nodig zijn om gebitsslijtage te vervolgen, een behandelplan te maken, of om een orthodontische behandeling te kunnen starten.
Ontzettend veel redenen dus en in die gevallen is een afdruk nodig. Met een afdruk kan de tandarts gedetailleerde informatie over de vorm en locatie van de tanden, maar ook de anatomie van de omringende weefsels vastleggen. De afdrukken worden dan uitgegoten in GIPSMODELLEN.

Alveolotomie torus
Ook: botuitsteekselAlveolotomie van een torus Een alveolotomie van een torus is een chirurgische behandeling waarbij een botuitsteeksel (torus) in de kaak wordt verwijderd of afgevlakt.

Een torus is een onschuldige verdikking van het kaakbot die kan voorkomen aan de binnenkant van de onderkaak (torus mandibularis) of in het midden van het gehemelte (torus palatinus).
Een torus hoeft meestal niet behandeld te worden. Verwijdering is alleen nodig wanneer de torus klachten veroorzaakt, zoals pijn, terugkerende wondjes, problemen met eten of spreken, of wanneer het maken of dragen van een (gedeeltelijk) kunstgebit niet goed mogelijk is.
Tijdens de behandeling verdooft de tandarts of kaakchirurg het gebied. Daarna wordt het tandvlees voorzichtig losgemaakt, zodat het bot zichtbaar wordt. Met speciale instrumenten wordt de torus verwijderd of afgevlakt. Vervolgens wordt het bot glad gemaakt, het tandvlees teruggeplaatst en met hechtingen gesloten. Na de ingreep kunnen zwelling, napijn en een lichte bloeding optreden. Deze klachten verdwijnen meestal binnen enkele dagen tot weken. Een goede mondhygiëne en het opvolgen van de nazorgadviezen bevorderen een voorspoedige genezing. Na herstel is de kaak weer glad, waardoor het dragen van een kunstgebit vaak beter mogelijk is en klachten door de torus verdwijnen.
Amalgaam
Ook: ZilvervullingAmalgaam wordt wereldwijd nog steeds veel gebruikt voor het maken van vullingen. Amalgaamvullingen zijn grijs. Doordat er kwik in amalgaamvullingen zit, heeft amalgaam een slechte naam gekregen. Het is echter nooit wetenschappelijk bewezen dat amalgaamvullingen slecht zijn voor de gezondheid.
Amalgaamvullingen worden al meer dan honderd jaar gebruikt. Ze zijn betrouwbaar en sterk. Toch willen steeds meer mensen liever witte vullingen. Die vallen minder op. Ook heeft de Europese Unie voor de zekerheid amalgaamvullingen bij zwangere vrouwen en kinderen verboden.

Anamnese
Ook: Informatie van de algemene gezondheidAnamnese
Een anamnese is een gesprek tussen de patiënt en de tandarts waarin informatie wordt verzameld over de algemene gezondheid en de mondgezondheid. Dit is een belangrijk onderdeel van iedere tandheelkundige behandeling, omdat het helpt om de behandeling veilig en goed af te stemmen op de persoonlijke situatie van de patiënt.

Tijdens de anamnese vraagt de tandarts onder andere naar:
- de huidige klachten;
- de medische voorgeschiedenis;
- het gebruik van medicijnen;
- allergieën;
- eerdere tandheelkundige behandelingen;
- leefgewoonten, zoals roken of alcoholgebruik;
- en eventuele bijzonderheden, zoals zwangerschap of chronische aandoeningen.
De informatie uit de anamnese helpt de tandarts om een juiste diagnose te stellen, risico's in te schatten en een passend behandelplan op te stellen. Het is daarom belangrijk dat de patiënt de vragen zo volledig en eerlijk mogelijk beantwoordt.
Omdat de gezondheid in de loop van de tijd kan veranderen, wordt de anamnese regelmatig bijgewerkt. Zo beschikt de tandarts altijd over actuele informatie en kan de behandeling veilig en verantwoord worden uitgevoerd.
Anesthesie lokale
Ook: verdovingLokale anesthesie is een verdoving die ervoor zorgt dat een klein deel van de mond tijdelijk geen pijn voelt. De tandarts gebruikt deze verdoving bijvoorbeeld bij het vullen van een gaatje, het trekken van een tand of kies, een wortelkanaalbehandeling of het plaatsen van een implantaat.
De verdoving wordt met een dunne naald in het tandvlees gegeven. Soms brengt de tandarts eerst een verdovende gel aan, zodat de prik minder gevoelig is. Binnen enkele minuten is het behandelde gebied verdoofd. Je blijft tijdens de behandeling gewoon wakker en kunt de tandarts horen en met hem of haar praten.
Tijdens de behandeling kun je soms nog wel druk of beweging voelen, maar je hoort geen pijn te ervaren. Voel je toch pijn, geef dit dan direct aan. De tandarts kan dan extra verdoving geven.
Na de behandeling blijft de verdoving meestal één tot enkele uren werken. In die periode kunnen je lip, wang of tong nog gevoelloos aanvoelen. Het is verstandig om pas weer te eten als de verdoving volledig is uitgewerkt. Zo voorkom je dat je per ongeluk op je lip, wang of tong bijt.
Lokale anesthesie is een veilige en veelgebruikte manier om een tandheelkundige behandeling zo comfortabel mogelijk te laten verlopen. Mocht je allergieën hebben, medicijnen gebruiken of zwanger zijn, vertel dit dan altijd vooraf aan de tandarts. Dit helpt om de behandeling veilig uit te voeren.
Anker
Een anker is een een haakje waarmee een gedeeltelijk kunstgebit (PLAATPROTHESE of FRAMEPROTHESE) vastzit aan de resterende tanden en kiezen.


Anti-snurkbeugel (MRA)
Een anti-snurkbeugel (Mandibulair Repositie Apparaat, MRA) wordt vooral gebruikt bij de behandeling van snurken en mild-matig slaapapneu. Deze MRA houdt de onderkaak naar voren waardoor de luchtdoorgankelijkheid van de bovenste luchtweg gewaarborgd blijft. Het snurken en slaapapneu nemen daardoor af of verdwijnen.
Diagnostiek voorafgaand aan de behandeling
Voorafgaand aan de behandeling met een MRA, onderzoekt je tandarts(specialist) de conditie van je gebit, de omliggende weefsels en de manier waarop je tanden en kiezen op elkaar komen.
Verder wordt beoordeeld of er sprake is van kaakklachten die van invloed kunnen zijn op de behandeling.
Een MRA is minder of zelfs niet geschikt voor mensen met een beperkte mondopening, een verhoogde braakreflex, een kunstgebit of een slechte conditie van gebit en omgevende weefsels.
Afdruk en beetregistratie van je gebit
Je tandarts (-specialist) maakt gebitsafdrukken en een beetregistratie. Aan de hand van deze afdrukken maakt een tandtechnicus het MRA voor je op maat. Het MRA wordt meestal gemaakt van harde, doorzichtige kunststof.
De wijze waarop de snurkbeugel zijn houvast aan je gebit ontleent kan per type MRA verschillen. Het MRA kan uit één stuk bestaan (monobloc) of uit twee stukken (voor de boven- en onderkaak), die met elkaar verbonden zijn door middel van elastiekjes, een schroef of een ander soort verbinding.
Als het MRA klaar is, krijg je deze met de nodige instructies mee naar huis.
Daarna volgen er afspraken om het MRA indien nodig bij te stellen en de werking ervan te controleren.
Verder is het erg belangrijk dat een tandarts(-specialist) je gebit regelmatig controleert op eventuele neveneffecten van de behandeling.
Apex
Ook: wortelspitswortelkanaalbehandeling"
Een ontsteking aan de wortelpunt van een tand of kies kan blijven bestaan ondanks dat de tandarts een wortelkanaalbehandeling heeft uitgevoerd. Vaak omdat het niet mogelijk was om de wortelkanalen van de tand of kies volledig te behandelen. Bijvoorbeeld door een kromme wortel of meerdere, splitsende, kleine kanaaltjes. Maar soms spelen ook oude wortelkanaalbehandelingen op en zijn de wortelkanalen nog lastig te bereiken en opnieuw schoon te maken doordat er een STIFT(OPBOUW) is geplaatst. De ontsteking kan een een weg vinden naar de mondholte, waarbij een soort puistje op het tandvlees kan ontstaan (fistel). In veel gevallen ontstaan er geen klachten, maar de ontsteking zal niet vanzelf weggaan en zal bijvoorbeeld opspelen in perioden van een verminderde weerstand.
Gelukkig kan een WORTELKANAALBEHANDELING niet alleen vanaf de buitenkant door de tand of kies gedaan worden maar ook door een chirurgische ingreep.
Na een sneetje wordt het tandvlees opgeklapt en het bot eventueel weg geboord om de wortelpunt te bereiken. Vervolgens kan de ontsteking worden schoongemaakt en de wortel ook ingekort worden. Vaak wordt daarna de wortelpunt afgesloten met een vulling om zoveel mogelijk te voorkomen dat er nog bacteriën uit de wortel kunnen ontsnappen en een nieuwe ontsteking veroorzaken. De ingreep kan zowel door tandartsen als kaakchirurgen worden uitgevoerd.

Apex resectie
Een ontsteking aan de wortelpunt van een tand of kies kan blijven bestaan ondanks dat de tandarts een wortelkanaalbehandeling heeft uitgevoerd. Vaak omdat het niet mogelijk was om de wortelkanalen van de tand of kies volledig te behandelen. Bijvoorbeeld
door een kromme wortel of meerdere, splitsende, kleine kanaaltjes. Maar soms spelen ook oude wortelkanaalbehandelingen op en zijn de wortelkanalen nog lastig te bereiken en opnieuw schoon te maken doordat er een STIFTOPBOUW is geplaatst.
De ontsteking kan een een weg vinden naar de mondholte, waarbij een soort puistje op het tandvlees kan ontstaan (fistel). In veel gevallen ontstaan er geen klachten, maar de ontsteking zal niet vanzelf weggaan en zal bijvoorbeeld opspelen in perioden van een verminderde weerstand.
Gelukkig kan een WORTELKANAALBEHANDELING niet alleen vanaf de buitenkant door de tand of kies gedaan worden maar ook door een chirurgische ingreep.
Na een sneetje wordt het tandvlees opgeklapt en het bot eventueel weg geboord om de wortelpunt te bereiken. Vervolgens kan de ontsteking worden schoongemaakt en de wortel ook ingekort worden. Vaak wordt daarna de wortelpunt afgesloten met een vulling om zoveel mogelijk te voorkomen dat er nog bacteriën uit de wortel kunnen ontsnappen en een nieuwe ontsteking veroorzaken.

Apex resectie animatie
Apexificatie
Ook: Apex behandelingApexificatie is een tandheelkundige behandeling waarbij de tandarts of endodontoloog ervoor zorgt dat de wortelpunt van een blijvende tand zich goed kan afsluiten. Deze behandeling wordt meestal uitgevoerd bij een jonge tand waarvan de wortel nog niet helemaal is uitgegroeid en waarvan de zenuw is afgestorven door bijvoorbeeld een val of een diepe ontsteking.
Normaal gesproken sluit de wortelpunt zich vanzelf af tijdens de groei van de tand. Als de tandzenuw vroegtijdig afsterft, stopt deze ontwikkeling. Hierdoor blijft de wortelpunt open, waardoor een gewone wortelkanaalbehandeling moeilijk is.
Bij een apexificatie wordt het wortelkanaal eerst goed schoongemaakt. Daarna brengt de tandarts een speciaal materiaal aan, vaak op basis van calciumsilicaat (zoals MTA), dat ervoor zorgt dat de wortelpunt zich afsluit. Zodra de afsluiting stevig genoeg is, wordt het wortelkanaal definitief gevuld en afgesloten.
Het doel van een apexificatie is om de tand zo lang mogelijk te behouden en verdere ontstekingen te voorkomen. Na de behandeling zijn regelmatige controles belangrijk. Met röntgenfoto's kan de tandarts controleren of de genezing goed verloopt en of het kaakbot rondom de wortelpunt herstelt.
Articulatie
Ook: Virtuele articulatorArticulator
Een articulator is een apparaat waarmee de beweging van de onderkaak kan worden nagebootst. Het bewegen van de tanden en kiezen over elkaar wordt door de tandarts ook wel articuleren genoemd.

Het kaakgewricht speelt een belangrijke rol bij de wijze hoe de onderkaak beweegt ten opzicht van de bovenkaak. De articulator bootst de werking van het kaakgewricht na.
Er zijn drie verschillende typen articulatoren:
- middelwaarde articulatoren, die uitgaan van het gemiddelde kaakgewricht.
- semi-instelbare articulatoren, een deel van de werking van het kaakgewricht kan individueel worden ingesteld (zoals de hellingshoek van de schedel)
- volledig instelbare articulatoren, de werking van het kaakgewricht kan volledig individueel worden nagebootst.
Articulator met gipsmodellen waarop kronen worden gemaakt.
Nu steeds meer tandtechniek digitaal plaatsvindt worden digitale (virtuele) articulatoren ook steeds geavanceerder. In de toekomst worden niet alleen de kaakbewegingen steeds nauwkeuriger nagebootst maar is de rest zoals het gezicht ook onderdeel van de digitale planning.

Virtuele articulator
Atrofie kaakbot
Ook: kaakbotverliesAtrofie van het kaakbot betekent dat het kaakbot dunner of lager wordt. Dit gebeurt wanneer het bot minder wordt belast of wanneer er tanden of kiezen ontbreken. Na het trekken van een tand of kies begint het kaakbot op die plek geleidelijk af te nemen. Dit is een normaal proces, maar het kan invloed hebben op de vorm en stevigheid van de kaak.

Kaakbotatrofie komt vaker voor bij mensen die al langere tijd een kunstgebit dragen of meerdere tanden en kiezen missen. Ook tandvleesontstekingen, zoals parodontitis, kunnen ervoor zorgen dat kaakbot verloren gaat.
Wanneer het kaakbot sterk is geslonken, kan een kunstgebit minder goed blijven zitten. Ook kan het plaatsen van een implantaat lastiger worden, omdat er onvoldoende bot aanwezig is om het implantaat stevig vast te zetten.
Als er te weinig kaakbot is, kan de tandarts of implantoloog soms een botopbouw (botaugmentatie) adviseren. Hierbij wordt het kaakbot aangevuld, zodat er weer voldoende steun ontstaat voor een implantaat of om de kaak beter te herstellen.
Regelmatige controles bij de tandarts en een goede mondhygiëne helpen om tandvleesproblemen en botverlies zoveel mogelijk te voorkomen. Bij het ontbreken van één of meerdere tanden of kiezen is het verstandig om met de tandarts te bespreken welke behandeling het beste past om het kaakbot zo gezond mogelijk te houden.
Beethoogte
Beethoogte
Het punt waar de tanden en kiezen contact maken tijdens het sluiten van de onderkaak is belangrijk. Het bepaalt (deels) de vorm van je gezicht, of er makkelijk gekauwd en gepraat kan worden en of de kauwspieren/ gewrichten zich voldoende kunnen ontspannen.

Tandartsen noemen dit punt de beethoogte of verticale dimensie. In normale situaties is de rustpositie van de onderkaak enkele millimeters hoger dan het punt waar de tanden en kiezen elkaar raken. In deze rustpositie van de onderkaak zouden de tanden en kiezen elkaar dus nog niet mogen raken en aan de andere kant moet er ook weer niet te veel ruimte zitten tussen de rustpositie en het punt van dichtbijten.
De tandarts kan op verschillende manieren de beethoogte bepalen. Vaak wordt dit gedaan met een plaatje was en meetpunten die met een potlood (tijdelijk) op het gezicht getekend worden. Het is ook mogelijk om hiervoor speciale apparatuur te gebruiken die in de mond worden geplaatst en waar de beethoogte met een schroef veranderd kan worden.
Beethoogte bepaling bij een tandeloze patient
Beetregistratie (beetbepaling)
Ook: BeetbepalingBij het het afdrukken van de tanden of de kaken om bijvoorbeeld een kroon of een kunstgebit te maken, is het ook belangrijk hoe de tanden en kiezen of de kaken ten opzichte van elkaar staan.
Dit wordt gedaan middels een zogenaamde beetregistratie/ beetbepaling.
Dit kan op verschillende manieren gedaan worden variërend van de standaard methode van bijten op was of een siliconen pasta tot en met (aanvullende) uitgebreide methoden als een FACEBOW (G10) of een pijlpuntregistratie (G20).

Begroting
Een tandheelkundige begroting is een overzicht van de verwachte kosten van een behandeling. Hierin staat welke behandelingen worden uitgevoerd en welke tarieven daarbij horen.
Je ontvangt meestal een begroting voordat een uitgebreide of duurdere behandeling begint. Zo weet je vooraf wat je kunt verwachten en kom je niet voor verrassingen te staan.
Met de begroting kun je ook bij je zorgverzekeraar navragen welk deel van de kosten wordt vergoed. De uiteindelijke rekening kan afwijken als de behandeling tijdens het uitvoeren moet worden aangepast.
Beugelbehandeling
Ook: orthodontieEen beugelbehandeling is een behandeling waarbij tanden en kiezen stap voor stap worden verplaatst naar een betere stand. Het doel is om het gebit goed te laten functioneren en een mooie, gezonde glimlach te krijgen. Een beugel kan helpen bij scheve tanden, een overbeet, onderbeet, open beet of andere problemen met de stand van het gebit.
Een beugelbehandeling wordt meestal uitgevoerd door een orthodontist, maar sommige tandartsen bieden ook orthodontische behandelingen aan. Vooraf worden foto's, röntgenfoto's en vaak een digitale scan of afdruk van het gebit gemaakt. Op basis daarvan wordt een persoonlijk behandelplan opgesteld.
Er zijn verschillende soorten beugels. Zo zijn er vaste beugels met slotjes, uitneembare beugels en doorzichtige aligners. Welke beugel het meest geschikt is, hangt af van de stand van de tanden en kiezen en het gewenste resultaat.
Tijdens de behandeling kom je regelmatig op controle. De orthodontist of tandarts controleert de voortgang en past de beugel zo nodig aan. Een beugelbehandeling duurt gemiddeld één tot drie jaar, afhankelijk van de situatie.
Een goede mondhygiëne is tijdens de behandeling extra belangrijk. Door goed te poetsen en tussen de tanden en kiezen schoon te maken, verklein je de kans op gaatjes en tandvleesproblemen. Na afloop van de behandeling krijg je meestal een retainer of een nachtbeugel om te voorkomen dat de tanden weer verschuiven.
Bewegingen van de onderkaak
De onderkaak kan verschillende bewegingen maken tijdens kauwen, spreken, slikken en geeuwen. Deze bewegingen worden gestuurd door een samenspel van de kaakgewrichten, de kauwspieren en het contact tussen de tanden en kiezen.
De kaakgewrichten zorgen ervoor dat de onderkaak soepel kan openen, sluiten, naar voren, naar achteren en naar links of rechts kan bewegen. Tegelijkertijd begeleiden de tanden en kiezen deze bewegingen. De vorm van de tanden en de contactpunten (occlusiepunten) bepalen hoe de onderkaak over de bovenkaak beweegt.
Een goede samenwerking tussen de kaakgewrichten, kauwspieren en het gebit zorgt ervoor dat de kauwkrachten gelijkmatig worden verdeeld. Hierdoor kunnen kauwen, spreken en slikken comfortabel verlopen en wordt overbelasting van tanden, kiezen, restauraties en de kaakgewrichten voorkomen.

Wanneer de tanden niet goed op elkaar passen, een tand ontbreekt of er sprake is van tandenknarsen, slijtage of een aandoening van het kaakgewricht (TMD), kunnen de bewegingen van de onderkaak worden verstoord. Dit kan leiden tot klachten zoals pijn bij het kauwen, vermoeide kauwspieren, een knappend kaakgewricht, hoofdpijn of een beperkte mondopening.
De tandarts kan de bewegingen van de onderkaak onderzoeken door de beet, de kaakgewrichten en de contactpunten tussen de tanden en kiezen te beoordelen. Zo nodig kunnen aanvullende onderzoeken, zoals een beetregistratie of een digitale occlusieanalyse, worden uitgevoerd om de oorzaak van de klachten vast te stellen.
Biofilm
Ook: tandplakBiofilm is een dun, kleverig laagje met bacteriën dat zich voortdurend op tanden, kiezen, tandvlees en andere oppervlakken in de mond vormt. Deze bacteriën hechten zich aan elkaar en maken een beschermend laagje aan. Biofilm wordt ook wel tandplak genoemd.

Iedereen krijgt dagelijks biofilm in de mond. Als je dit laagje regelmatig verwijdert door goed te poetsen en tussen de tanden en kiezen schoon te maken, is dat meestal geen probleem. Blijft de biofilm te lang zitten, dan kunnen de bacteriën zuren en andere schadelijke stoffen produceren. Hierdoor kunnen gaatjes ontstaan en kan het tandvlees ontstoken raken.
Na verloop van tijd kan biofilm verharden tot tandsteen. Tandsteen kun je niet zelf verwijderen met een tandenborstel. Hiervoor is een behandeling door de tandarts of mondhygiënist nodig.
Een goede mondhygiëne is de beste manier om biofilm onder controle te houden. Poets daarom twee keer per dag met fluoridehoudende tandpasta en reinig dagelijks de ruimtes tussen je tanden en kiezen met bijvoorbeeld floss, tandenstokers of ragers. Regelmatige controles bij de tandarts of mondhygiënist helpen om je mond gezond te houden en problemen op tijd te ontdekken.
Bitewings
Ook: bijtvleugelfotoBitewings zijn kleine röntgenfoto’s van de kiezen. De tandarts gebruikt ze om goed tussen de tanden en kiezen te kijken. Daar kunnen gaatjes zitten die je met het blote oog vaak niet ziet.
Op bitewings is ook te zien hoe het kaakbot rondom de kiezen eruitziet. Zo kan de tandarts controleren of er botverlies is door bijvoorbeeld tandvleesproblemen.
De foto maken duurt kort. Je bijt op een klein houdertje terwijl het röntgenapparaat de foto maakt.
Soms voelt dit even ongemakkelijk, maar het doet geen pijn.
Bleekbehandeling van de tanden
Ook: TandenblekenEen bleekbehandeling is een behandeling waarbij tanden lichter van kleur worden gemaakt. Hiervoor wordt een speciale bleekgel gebruikt die verkleuringen in het tandglazuur vermindert.
Tanden kunnen donkerder worden door bijvoorbeeld koffie, thee, rode wijn, roken of gewoon door het ouder worden. Met een bleekbehandeling kunnen tanden vaak enkele tinten witter worden.
Een bleekbehandeling kan in de tandartspraktijk plaatsvinden of thuis met op maat gemaakte bleeklepels en een bleekgel. Niet iedere verkleuring kan volledig worden verwijderd en het resultaat verschilt per persoon.
Laat je tanden altijd bleken onder begeleiding van een tandarts. Zo weet je zeker dat je gebit gezond is en dat de behandeling veilig wordt uitgevoerd.
leest ook : Tanden bleken thuis
Bonding
Ook: tandkleurig composietBonding is een behandeling waarbij de tandarts tandkleurig composiet op een tand aanbrengt om deze te herstellen of mooier te maken. Het composiet wordt direct op de tand gevormd en daarna met een speciale lamp uitgehard.

Bonding kan worden gebruikt om een afgebroken tand te herstellen, spleetjes tussen tanden te sluiten, verkleuringen te verbergen of de vorm van een tand te verbeteren.
De behandeling is meestal in één afspraak klaar. Vaak hoeft er weinig of geen gezond tandweefsel te worden weggehaald.
Met een goede mondhygiëne en regelmatige controles kan een bonding jarenlang mooi blijven. Om beschadiging of verkleuring te voorkomen, is het verstandig om niet op harde voorwerpen te bijten en goed voor het gebit te zorgen.
Boormal / boorsjabloon
Ook: boorsjabloonBoormal / boorsjabloon
Een boormal is een doorzichtig kunststof plaatje wat tijdens het plaatsen van implantaten over de tanden en kiezen wordt geplaatst. Op de plek waar het implantaat moet komen is in de boormal een uitsparing of een huls geplaatst.
Hierdoor boort de tandarts-implantoloog nauwkeurig op de locatie en richting die van te voren bepaald is.
Een boormal kan gemaakt worden op een gipsmodel van de kaak, maar ook volledig digitaal ontworpen aan de hand van een digitale scan van de kaak en/of een 3D röntgenopname. In het laatste geval kan ook echt rekening gehouden worden met de anatomie van de kaak en de wortels van de omliggende tanden en kiezen.
De tandartscode voor het maken van een boormal is J03.
Botopbouw (botaugmentatie)
Botopbouw (botaugmentatie)
Een botopbouw, ook wel botaugmentatie genoemd, is een behandeling waarbij extra kaakbot wordt aangebracht op een plaats waar te weinig bot aanwezig is. Dit gebeurt om de kaak weer voldoende stevigheid en volume te geven, zodat bijvoorbeeld een implantaat veilig en stabiel geplaatst kan worden.

Kaakbot kan in de loop van de tijd slinken. Dit gebeurt vaak na het verlies van een tand of kies, maar ook door een langdurige ontsteking van het tandvlees of het dragen van een kunstgebit. Wanneer er te weinig bot overblijft, is het soms niet mogelijk om direct een implantaat te plaatsen.
Tijdens de behandeling brengt de tandarts of kaakchirurg botmateriaal aan op de plek waar extra bot nodig is. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van:
- eigen bot van de patiënt;
- donorbot;
- dierlijk botmateriaal dat speciaal is bewerkt;
- of een synthetisch (kunstmatig) botvervangend materiaal.
Vaak wordt het botmateriaal afgedekt met een beschermend membraan. Daarna wordt het tandvlees gehecht. In de maanden na de behandeling groeit het nieuwe bot vast met het bestaande kaakbot. Dit genezingsproces duurt meestal 3 tot 9 maanden, afhankelijk van de grootte van de botopbouw en de plaats in de kaak.
Wanneer het bot voldoende is genezen en stevig genoeg is, kan het implantaat worden geplaatst.
Botopbouw is een veelgebruikte en voorspelbare behandeling binnen de implantologie. Het vergroot de kans op een langdurig stabiel implantaat en draagt bij aan een goede kauwfunctie, een natuurlijke uitstraling en een duurzaam behandelresultaat.
Brug
Ook: tandheelkundige brugEen BRUG is een tandtechnisch werkstuk waarmee de tandarts één of meer ontbrekende tanden en/of kiezen kan vervangen. Een brug wordt buiten de mond gemaakt en is meestal van metaal of keramiek met daaroverheen voor de esthetiek een laag porselein. Er zijn ook bruggen die helemaal van metaal (goud) zijn gemaakt of helemaal van keramiek (glaskeramiek of full zirconium).

Een brug zit meestal vast aan twee of meer zogenaamde brugpijlers, ook wel pijlerelementen genoemd. Dat zijn KRONEN op omslepen tanden of kiezen aan beide kanten van de open ruimte van de ontbrekende tand of kies. Een brug kan ook een implantaat als pijlelement hebben.
Het kan zijn dat een brug aan één kant geen pijler heeft om af te steunen. In dat geval is het een vrij-eindigende brug, ook wel een cantilever brug genoemd. Als de brug an de andere tanden of kiezen niet met kronen vastzit maar met vleugels, dan wordt het een PLAKBRUG (etsbrug) genoemd.
Het deel van de brug dat een ontbrekende tand of kies vervangt heet een brugtussendeel of ook wel dummy of pontic. In het tariefsysteem wordt onderscheid gemaakt tussen het eerste brugtussendeel (R40) en het aansluitende tweede en volgende brugtussendeel (R45).
Drie-delige brug van glaskeramiek. 2 pijlers en 1 brugtussendeel

Drie-delige brug van glaskeramiek. 2 pijlers en 1 brugtussendeel

Volledig gouden brug, 2 pijlers en een eerste brugtussendeel en een volgend brugtussendeel

Verschil tussen een gewone brug en een vrij-eindigende brug
Bruxisme
Ook: tandenknarsenBruxisme of te wel tandenknarsen is het onbewust knarsen of stevig op elkaar klemmen van de tanden en kiezen. Dit gebeurt vaak tijdens het slapen, maar sommige mensen doen het ook overdag zonder het te merken.
Door bruxisme kunnen tanden afslijten of beschadigen. Ook kun je last krijgen van gevoelige tanden, pijn in de kaak, hoofdpijn of vermoeide kauwspieren.
De tandarts kan controleren of er sprake is van slijtage door tandenknarsen. Om verdere schade te voorkomen, wordt vaak een op maat gemaakte knarsplaat (opbeetplaat) geadviseerd die je 's nachts draagt. Ook kan het helpen om stress te verminderen als dit een rol speelt.
CAD-CAM
Ook: CAD-CAM Computer Aided ManufacturingCAD-CAM staat voor Computer Aided Design - Computer Aided Manufacturing, oftewel met de hulp van de computer vormgeven en met de hulp van de computer fabriceren.
In de tandheelkunde gebeurt steeds meer digitaal. Afdrukken worden digitaal genomen, kronen en protheses digitaal ontworpen en met slijpmachines gefreesd of zelfs 3D geprint. Ook de planning van implantaten en kroon- en brugwerk gaat steeds vaker digitaal.

Digitaal afdrukken en ontwerpen van een kroon (CAD)

Met een machine slijpen van kroon- en brugwerk (CAM)
Calciumhydroxide
Ook: tandheelkundig materiaal CalciumhydroxideCalciumhydroxide is een tandheelkundig materiaal dat de tandarts gebruikt om een tand of kies te beschermen, te desinfecteren en de genezing van het tandweefsel te bevorderen. Het materiaal heeft een sterk antibacteriële werking en wordt veel toegepast tijdens wortelkanaalbehandelingen en bij diepe gaatjes.
Bij een wortelkanaalbehandeling kan calciumhydroxide tijdelijk in het wortelkanaal worden aangebracht om bacteriën te doden en een ontsteking te verminderen. Het blijft meestal enkele dagen tot enkele weken in de tand zitten voordat de definitieve wortelkanaalvulling wordt geplaatst.
Calciumhydroxide kan ook worden gebruikt om de tandzenuw te beschermen of om de vorming van nieuw hard tandweefsel (dentine) te stimuleren. Hierdoor kan de tand zich beter herstellen en blijft deze vaak langer behouden.
Door de ontsmettende werking en de goede biologische eigenschappen is calciumhydroxide een veelgebruikt hulpmiddel bij behandelingen waarbij het behoud van de tand of kies centraal staat.
Cariës
Ook: tandbederfCariës, ook wel een gaatje genoemd, is een beschadiging van een tand of kies. Het ontstaat wanneer bacteriën in tandplak suikers uit eten en drinken omzetten in zuren. Deze zuren tasten het tandglazuur aan.

In het begin geeft cariës vaak geen klachten. Als het gaatje groter wordt, kun je last krijgen van gevoelige tanden of pijn bij koud, warm of zoet eten en drinken.
Een klein beginnend gaatje kan soms worden gestopt door goed te poetsen en fluoride te gebruiken. Is het gaatje groter, dan zal de tandarts het meestal schoonmaken en vullen om verdere schade te voorkomen.
Door twee keer per dag met fluoride tandpasta te poetsen, goed tussen de tanden te reinigen met interdentalen ragers en of softpicks en voor het slapen je mond te spoelen met een mondspoelmiddel met bijvoorbeeld actieve zuurstof, de juiste voeding en minder vaak suiker te eten of drinken en regelmatig naar de tandarts te gaan, kun je de kans op cariës verkleinen.
CBCT-scan
Ook: 3D-röntgenEen CBCT-scan is een speciale 3D-röntgenscan van het gebit, de kaak en de omliggende structuren. De tandarts of kaakchirurg gebruikt deze scan wanneer gewone röntgenfoto’s niet genoeg informatie geven.

Met een CBCT-scan zijn tanden, kiezen, kaakbot, zenuwen en wortels vanuit verschillende hoeken goed te bekijken. Dit helpt bijvoorbeeld bij het plaatsen van implantaten, het verwijderen van verstandskiezen of een ingewikkelde wortelkanaalbehandeling.
Tijdens de scan sta of zit je stil terwijl het apparaat in een paar seconden om je hoofd draait. De scan is pijnloos en snel klaar.
Een CBCT-scan wordt alleen gemaakt als dit nodig is voor een goede diagnose of behandeling. Hierdoor krijgt de tandarts een duidelijk beeld en kan de behandeling zorgvuldig worden gepland.
Cement tandheelkundig
Ook: tandcementTandheelkundig cement is een speciaal materiaal dat de tandarts gebruikt om een kroon, brug, facing of andere tandheelkundige voorziening stevig aan een tand of kies vast te zetten. Ook wordt cement soms gebruikt als tijdelijke vulling of als beschermlaag tijdens een behandeling.
Er zijn verschillende soorten tandheelkundig cement. De tandarts kiest het cement dat het beste past bij de behandeling en het gebruikte materiaal.
Het aanbrengen van cement is pijnloos. Nadat het cement is uitgehard, zit de kroon of brug stevig vast en kun je deze normaal gebruiken. Soms is het verstandig om de eerste uren na de behandeling voorzichtig te zijn met eten, zodat het cement goed kan uitharden.
Composiet
Ook: uitharding via blauw uv-licht.Met composiet worden witte vullingen gemaakt. Composiet is een mengsel van kunststof en kristallen. Het kunststof kan met (blauw) licht of een chemische reactie hard worden gemaakt. Dit wordt POLYMERISATIE genoemd.

Witte vullingen zijn de afgelopen decennia sterk in kwaliteit verbeterd en een volwaardig vulmateriaal geworden wat sterk genoeg is voor de kauwvlakken en ook cosmetische varianten kent die vulling in de tand of kies bijna onzichtbaar maken.
Composiet heeft als voordeel dat het geplakt kan worden. Daardoor hoeft alleen de minimale hoeveelheid van een tand of kies weggeboord te worden. Het aanbrengen van composiet kan lastig zijn. De tand of kies moet namelijk kurkdroog zijn anders plakt de vulling niet.
Composietvullingen
Met composiet worden witte vullingen gemaakt. Composiet is een mengsel van kunststof en kristallen. Het kunststof kan met (blauw) licht of een chemische reactie hard worden gemaakt. Dit wordt POLYMERISATIE genoemd.

Witte vullingen zijn de afgelopen decennia sterk in kwaliteit verbeterd en een volwaardig vulmateriaal geworden wat sterk genoeg is voor de kauwvlakken en ook cosmetische varianten kent die vulling in de tand of kies bijna onzichtbaar maken.
Composiet heeft als voordeel dat het geplakt kan worden. Daardoor hoeft alleen de minimale hoeveelheid van een tand of kies weggeboord te worden. Het aanbrengen van composiet kan lastig zijn. De tand of kies moet namelijk kurkdroog zijn anders plakt de vulling niet.
Video aanbrengen van een composietvulling
Coverscrew en healing abutment
Coverscrew en healing abutment

Na het plaatsen van een tandimplantaat wordt het implantaat tijdelijk afgesloten met een coverscrew of een healing abutment (healing). Beide onderdelen beschermen het implantaat tijdens de genezing, maar hebben ieder een andere functie.
Coverscrew
Een coverscrew is een klein schroefje dat boven op het implantaat wordt geplaatst. Het sluit het implantaat volledig af tijdens de eerste genezingsfase.
Na het plaatsen van de coverscrew wordt het tandvlees meestal volledig over het implantaat gehecht. Hierdoor geneest het implantaat ongestoord onder het tandvlees terwijl het stevig vastgroeit in het kaakbot. Dit proces wordt osseo-integratiegenoemd.
Na de genezingsperiode wordt het tandvlees opnieuw geopend om de coverscrew te verwijderen. Daarna wordt een healing abutment geplaatst.
Healing abutment (healing)
Een healing abutment is een klein metalen opbouwstuk dat tijdelijk op het implantaat wordt geschroefd nadat de eerste genezingsfase is voltooid. Het steekt door het tandvlees heen.
De healing zorgt ervoor dat het tandvlees rustig kan genezen rondom het implantaat en de juiste vorm krijgt voor de uiteindelijke kroon, brug of prothese. Hierdoor ontstaat een natuurlijke overgang tussen het tandvlees en de toekomstige tandvervanging. Dit wordt ook wel het emergence profile genoemd.
Wanneer het tandvlees volledig is genezen, wordt de healing verwijderd en vervangen door een definitief abutment, waarop de kroon, brug of prothese wordt bevestigd.
Verschil tussen coverscrew en healing
| Coverscrew | Healing abutment |
|---|---|
| Sluit het implantaat volledig af | Steekt door het tandvlees heen |
| Genezing onder gesloten tandvlees | Genezing rondom het implantaat zichtbaar |
| Wordt direct na het plaatsen van het implantaat gebruikt | Wordt geplaatst na de eerste genezingsfase |
| Beschermt het implantaat tijdens het vastgroeien | Vormt het tandvlees voor de definitieve restauratie |
Waarom zijn deze onderdelen belangrijk?
De coverscrew en de healing zijn tijdelijke onderdelen die een belangrijke rol spelen bij een succesvolle implantaatbehandeling. Ze:
- beschermen het implantaat tijdens de genezing;
- zorgen voor een voorspelbare wondgenezing;
- helpen het tandvlees mooi te vormen;
- en zorgen voor een goede basis voor de definitieve kroon, brug of implantaatgedragen prothese.
De tandarts of implantoloog bepaalt welke genezingsmethode het meest geschikt is. Soms wordt direct een healing geplaatst (éénfasebehandeling) en in andere gevallen wordt eerst een coverscrew gebruikt (tweefasenbehandeling). Beide methoden hebben als doel een stevig vastgegroeid implantaat en een gezond, natuurlijk gevormd tandvlees.
Curette
Ook: tandheelkundig instrumentEen curette is een klein tandheelkundig instrument dat wordt gebruikt om tandplak, tandsteen en ontstoken weefsel onder het tandvlees te verwijderen. De tandarts of mondhygiënist gebruikt een curette vooral bij de behandeling van tandvleesontstekingen en parodontitis.
De curette heeft een dunne, gebogen punt waarmee de wortel van de tand of kies zorgvuldig kan worden schoongemaakt. Zo worden bacteriën verwijderd en krijgt het tandvlees de kans om te herstellen.
De behandeling kan soms wat gevoelig zijn, vooral als het tandvlees ontstoken is. Indien nodig kan de tandarts of mondhygiënist de behandeling onder plaatselijke verdoving uitvoeren.

Dentine
Ook: blootgesteld dentine veroorzaakt overgevoeligheid.Dentine, ook wel tandbeen genoemd, is het weefsel dat onder het tandglazuur ligt. Het vormt het grootste deel van een tand of kies en beschermt de zenuw in het midden van de tand.

Dentine is zachter dan tandglazuur en bevat kleine kanaaltjes die in verbinding staan met de zenuw. Als het tandglazuur slijt of beschadigd raakt, kan dentine bloot komen te liggen. Hierdoor kunnen tanden gevoelig worden voor koude, warmte, zoet of zuur eten en drinken.
Het poreuze gelige botachtige weefsel direct onder het glazuur. Bevat kanaaltjes die doorlopen naar de pulpa
Bij een gaatje kan cariës zich door het dentine verspreiden. Daarom is het belangrijk om een gaatje op tijd te laten behandelen. Goede mondhygiëne en regelmatig tandartsbezoek helpen om het tandbeen goed te beschermen.
DETI-score
Ook: Endodontologische BehandelingDETI-score en Classificatie Endodontologische Behandeling.
De DETI-score bepaalt de moeilijkheidsgraad van een wortelkanaalbehandeling.

De DETI-score bepaalt de moeilijkheidsgraad van een wortelkanaalbehandeling. Aan de hand van een aantal vastgestelde criteria wordt door de tandarts een onderscheid gemaakt tussen een ongecompliceerde en een gecompliceerde wortelkanaalbehandeling.
Bij score A:
- Zijn er geen complicerende factoren aanwezig en bij score B zijn er één of meer complicerende factoren aanwezig.
DETI-score B:
Wanneer er sprake is van score B dan wordt een uitgebreide lijst ingevuld, de zogenaamde Classificatie Endodontologische Behandeling. Bij meer dan 19 punten (Klasse II en III) is er sprake van een gecompliceerde wortelkanaa
Diasteem - spleetje of ruimte tussen twee tanden
Ook: tandspleetEen diasteem is een spleetje of ruimte tussen twee tanden. Meestal gaat het om de ruimte tussen de twee voortanden in de bovenkaak, maar een diasteem kan ook tussen andere tanden of kiezen voorkomen.

Een diasteem kan aangeboren zijn of ontstaan doordat de tanden of kaken anders zijn gevormd. Ook een te strak lipbandje, tandenknarsen of tandvleesproblemen kunnen een rol spelen.
Een diasteem is meestal onschuldig en hoeft niet altijd behandeld te worden. Als je het spleetje storend vindt of als het problemen veroorzaakt, kan de tandarts bespreken welke behandelingen mogelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan een beugel, composiet of facings om de ruimte te sluiten.
Dieptemeting
Ook: pockets bij tanden en kiezenEen dieptemeting is een onderzoek waarbij de tandarts of mondhygiënist meet hoe diep de ruimte tussen het tandvlees en de tand of kies is. Dit gebeurt met een dun meetinstrument dat voorzichtig langs de tanden en kiezen wordt geplaatst. Ook wel pockets genoemd.
Met een dieptemeting kan worden vastgesteld of het tandvlees gezond is of dat er sprake is van een tandvleesontsteking of parodontitis. Hoe dieper de ruimte, hoe groter de kans dat het tandvlees en het kaakbot zijn aangetast.
De meting kan op gevoelige plekken wat ongemakkelijk zijn, maar duurt meestal maar kort. De uitslag helpt de tandarts of mondhygiënist om te bepalen of een behandeling nodig is en om het herstel van het tandvlees te controleren.
zie ook DPSI-Score
DPSI-score
Ook: tandvleesontstekingUw tandarts controleert de gezondheid van uw tandvlees en de andere steunweefsels (parodontium) zoals o.a. het kaakbot. In Nederland is het gebruikelijk omdat vast te leggen met de DPSI-score.DPSI is een afkorting voor Dutch Periodontal Screening Index.

Deze score geeft globaal de parodontale situatie in uw mond aan. Het gebit wordt verdeeld in zes gebieden (boven en onder: kiezen links, tanden en kiezen rechts). Elk gebied kan een cijfer krijgen variërend van 0-4. Deze score wordt bepaald nadat er met behulp van een pocketsonde, de diepte van de ruimte tussen tand en tandvlees is gemeten.
- Score 0: Het tandvlees is gezond, het bloedt niet.
- Score 1: Het tandvlees is oppervlakkig ontstoken (gingivitis). Het bloedt na sonderen /meten.
- Score 2: Behalve gingivitis is er ook tandsteen aanwezig.
- Score 3-: Er is beginnende parodontitis. De ontsteking heeft gezorgd voor afbraak van kaakbot.
- Score 3+: Naast de verdiepte pocket is er ook sprake van teruggetrokken tandvlees.
- Score 4: Een verdere verslechtering van de parodontitis. De ontsteking breidt zich verder uit richting de wortelpunt. De pocketdiepte is 6mm of meer.
Parodontitis
Parodontitis is een ernstige vorm van tandvleesontsteking waarbij ook de steun van de tanden en kiezen verdwijnt. Het kaakbot wordt daarbij afgebroken en de tandvlees POCKETS steeds dieper.
Als de parodontitis niet behandeld wordt leidt dit uiteindelijk tot verlies van de tanden en kiezen. Er zijn ook aanwijzingen dat de mondgezondheid een relatie heeft met uw algemene gezondheid. Ontstoken tandvlees doet bijna nooit veel pijn waardoor het onopgemerkt kan blijven als niet regelmatig de tandarts wordt bezocht.
Op deze website is een voorbeeld BEGROTING te vinden voor een tandvleesbehandeling bij parodontitis.
Email, ook wel tandglazuur genoemd, is de harde buitenlaag van de tandkroon. Het is het hardste weefsel van het menselijk lichaam en beschermt de tand tegen slijtage, bacteriën en invloeden van buitenaf.

Hoewel email erg sterk is, kan het beschadigen door gaatjes, tanderosie of slijtage. Beschadigd email groeit niet vanzelf weer aan.
Door twee keer per dag met fluoride tandpasta te poetsen, suikers en zure dranken te beperken en regelmatig naar de tandarts te gaan, kun je het tandglazuur zo goed mogelijk beschermen.
Endodontie
Ook: wortelkanaalspecialismeHet specialisme dat zich richt op de binnenkant van de tand: de pulpa en de wortelkanalen. Wortelkanaalbehandelingen vallen hieronder.
Erosie tandheelkundige
Ook: tanderosieTanderosie is het langzaam oplossen van tandglazuur door zuren. Deze zuren komen bijvoorbeeld uit frisdrank, vruchtensappen, energiedrankjes, wijn of zure voedingsmiddelen. Ook maagzuur kan tanderosie veroorzaken.

Als het tandglazuur dunner wordt, kunnen tanden gevoeliger worden voor warm, koud, zoet of zuur. Ook kunnen de tanden gladder, doffer of geler lijken, omdat het onderliggende tandbeen zichtbaar wordt.
Beschadigd tandglazuur groeit niet meer terug. Daarom is het belangrijk om tanderosie te voorkomen. Beperk het aantal momenten waarop je iets zuurs eet of drinkt, spoel eventueel na met water en wacht na het eten of drinken van iets zuurs ongeveer 30 minuten met tandenpoetsen.
De tandarts kan controleren of er sprake is van tanderosie en advies geven om verdere slijtage van het gebit te voorkomen.
Etsen
Ook: (tand)materiaalHet voorbewerken van (tand)materiaal met zuur om er beter aan te kunnen plakken.

Het zuur wordt vaak aangebracht in de vorm van blauw etsgel. Het zuur verwijdert verontreinigingen, zoals speekseleiwitten en schraapsel van het boren (smeerlaag) en opent vervolgens het tandweefsel voor de volgende stap, het lijmen (bonding). Na het etsen wordt vloeibare kunststoflijm in één of meerdere stappen aangebracht, dit wordt ook wel bonding of adhesief genoemd. Tegenwoordig zit het zuur steeds meer verwerkt in de eerste stap van de lijm (zelf-etsende primer). Er worden twee soorten ets in de tandheelkunde gebruikt. Normale ets waarmee tandweefsel wordt voorbewerkt op basis van 35% fosforzuur en speciale extra sterke ets voor het etsen van keramiek (porselein en vullingen). Deze is op basis van waterstoffluoride (HF).
Als bij de tarieven gesproken wordt over etsen dan wordt het geheel van etsen en bonding bedoeld. Blauwe etsgel (35% fosforzuur). Porselein ets (9% waterstoffluoridezuur) Het etsen en bonden, in dit geval voor het plaatsen van een inlay (kan ook bijv. bij vullingen)
Extractie
Ook: tand of kies trekkenEen extractie is het verwijderen van een tand of kies. De tandarts doet dit alleen als een tand of kies niet meer behouden kan worden, bijvoorbeeld door een groot gaatje, een breuk, een ernstige ontsteking of omdat er te weinig ruimte in het gebit is.

De behandeling gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving, zodat je geen pijn voelt. Je kunt wel druk of beweging merken tijdens het verwijderen van de tand of kies.
Na een extractie kan de mond enkele dagen gevoelig zijn. Het is belangrijk om de adviezen van de tandarts op te volgen, zodat de wond goed kan genezen en de kans op een ontsteking zo klein mogelijk is.
Facebow
Ook: BEETREGISTRATIEBij het maken of plannen van een uitgebreid plan met kroon- en brugwerk, vullingen of een opbeetplaat is het belangrijk om ook de positie van de bovenkaak met de tanden en kiezen ten opzichte van de schedel (het gezicht) te bepalen. Een normale BEETREGISTRATIE bijvoorbeeld door te bijten op was is dan niet voldoende en een aanvullende registratie met een facebow is dan noodzakelijk.

Enerzijds is dit belangrijk voor de esthetiek omdat anders de tanden en kiezen scheef gemaakt kunnen worden ten opzichte van de rest van het gezicht. En anderzijds is het door de facebow registratie mogelijk om nauwkeuriger de bewegingen van de onderkaak na te bootsen in de ARTICULATOR, wat weer belangrijk is voor de vormgeving van het kroon- en brugwerk, de vullingen of de opbeetplaat.
Bij een facebow registratie wordt de facebow (tijdelijk) op het hoofd geplaatst en de positie van de kaken ten opzichte van de schedel (het gezicht, de ogen en de oren) vastgelegd.
Facing
Ook: witte tandenEen facing is een dun schildje dat op de voorkant van een tand wordt geplaatst om het uiterlijk van het gebit te verbeteren. Een facing kan gemaakt zijn van composiet of porselein.

Facings worden gebruikt om verkleurde, beschadigde, afgesleten of scheve tanden mooier te maken of om kleine spleetjes tussen tanden te sluiten. Of bij gebitsrenovatie.
Voor een porseleinen facing wordt meestal een klein laagje van het tandglazuur verwijderd. Een composiet facing kan vaak direct in één behandeling worden aangebracht.
Met een goede mondhygiëne en regelmatige controles bij de tandarts kan een facing jarenlang mooi en stevig blijven.
Fissuurcariës
Ook: TandbederfFissuurcariës is tandbederf dat ontstaat in de diepe groeven en putjes (fissuren) op het kauwvlak van kiezen. Deze smalle groeven zijn moeilijk schoon te houden, waardoor tandplak en bacteriën zich gemakkelijk kunnen ophopen.

Bacteriën zetten suikers uit voeding en drinken om in zuren. Deze zuren tasten het glazuur aan, waardoor een gaatje kan ontstaan. Fissuurcariës komt vooral voor bij kinderen en jongeren, omdat pas doorgebroken blijvende kiezen diepe groeven hebben en nog extra kwetsbaar zijn.
In het begin veroorzaakt fissuurcariës meestal geen klachten. Daarom controleert de tandarts de kauwvlakken regelmatig. Als het tandbederf op tijd wordt ontdekt, kan het vaak met een kleine witte vulling (composiet) worden behandeld. Wanneer het gaatje dieper wordt, kan een uitgebreidere behandeling nodig zijn.
Om fissuurcariës te voorkomen is het belangrijk om twee keer per dag te poetsen met fluoride tandpasta, het gebruik van suikers te beperken en regelmatig naar de tandarts te gaan. Bij kiezen met diepe groeven kan de tandarts een sealant (laklaagje) aanbrengen. Hiermee worden de fissuren afgesloten, waardoor bacteriën en voedselresten zich minder gemakkelijk kunnen ophopen en de kans op gaatjes kleiner wordt.
Flapoperatie
Ook: tandplak, tandsteen en ontstoken weefsel verwijderenEen flapoperatie is een tandvleesbehandeling waarbij de tandarts of parodontoloog het tandvlees voorzichtig losmaakt om de wortels van de tanden en kiezen en het onderliggende kaakbot goed schoon te kunnen maken.

Deze behandeling wordt meestal uitgevoerd bij ernstige parodontitis, wanneer diepe pockets niet voldoende kunnen worden gereinigd met een gewone gebitsreiniging.
Tijdens de behandeling worden tandplak, tandsteen en ontstoken weefsel verwijderd. Daarna wordt het tandvlees weer teruggeplaatst en meestal met kleine hechtingen vastgezet.
Na een flapoperatie heeft het tandvlees tijd nodig om te genezen. Een goede mondhygiëne en regelmatige controles zijn belangrijk om het tandvlees gezond te houden en verdere schade aan het kaakbot te voorkomen.
Fluoride
Ook: gaatjes in tanden en kiezen voorkomenFluoride is een mineraal dat helpt om tanden en kiezen sterk te houden. Het maakt het tandglazuur beter bestand tegen de zuren die door bacteriën worden gevormd en helpt zo gaatjes te voorkomen.

Fluoride zit onder andere in tandpasta en sommige mondspoelmiddelen. In sommige gevallen kan de tandarts of mondhygiënist een extra fluoridebehandeling adviseren, bijvoorbeeld als je een verhoogde kans op gaatjes hebt.
Door twee keer per dag met een fluoridehoudende tandpasta te poetsen, bescherm je je gebit en verklein je de kans op cariës. Gebruik altijd de hoeveelheid tandpasta die past bij je leeftijd en volg het advies van je tandarts of mondhygiënist.
Frenulum
Ook: lipbandjeEen frenulum, ook wel een lip- of tongriempje genoemd, is een klein stukje bindweefsel dat de lip of tong met de mondbodem of het tandvlees verbindt. Iedereen heeft meerdere frenula in de mond.

Soms is een tongriempje (frenulum) te kort, te strak of zit het op een ongunstige plaats. Dit kan problemen geven, zoals moeite met spreken, eten of poetsen. Ook kan een te strak lipriempje een spleetje tussen de voortanden veroorzaken of het tandvlees onder spanning zetten.
Als een frenulum klachten veroorzaakt, kan de tandarts, mondchirurg of kaakchirurg adviseren om het losser te maken of te verwijderen met een kleine ingreep. Deze behandeling gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving.
Full-arch reconstructie
Ook: vaste brug op implantatenEen full-arch reconstructie is een behandeling waarbij alle tanden en kiezen in één kaak worden vervangen door een vaste brug op implantaten. Deze behandeling is bedoeld voor mensen die veel tanden missen of een gebit hebben dat niet meer goed te herstellen is.

Tijdens de behandeling plaatst de tandarts of implantoloog meestal meerdere implantaten in de kaak. Hierop wordt een vaste brug bevestigd, zodat je weer goed kunt eten, praten en lachen.
Een full-arch reconstructie wordt zorgvuldig gepland met behulp van röntgenfoto’s en soms een 3D-scan. In veel gevallen krijg je direct na het plaatsen van de implantaten een tijdelijke vaste brug. Nadat de implantaten goed zijn vastgegroeid, wordt de definitieve brug geplaatst.
Met een goede mondhygiëne en regelmatige controles kan een full-arch reconstructie jarenlang goed blijven functioneren.
Geleidingsanesthesie - Verdoving
Ook: VerdovingBij geleidingsanesthesie wordt er verdovingsvloeistof op een plek ingespoten om een zenuw vanaf dat punt te blokkeren.

Zo kan met één injectie meerdere kiezen en het tandvlees worden verdoofd. Bij een veel gebruikte variant (mandibulair blok) is dan ook het bijeffect van de verdoofde onderlip en tong herkenbaar.
Hieronder is een animatie te zien waar geleidingsanesthesie wordt toegepast om een deel van het verhemelte te verdoven.
Geleidingsanesthesie verhemelte.
Gingiva
Ook: TandvleesGingiva is de medische naam voor het tandvlees. Het tandvlees bedekt het kaakbot en sluit stevig aan rondom de tanden en kiezen. Gezond tandvlees beschermt de wortels van de tanden en helpt het gebit stevig op zijn plaats te houden.

Gezond tandvlees is lichtroze, stevig en bloedt niet tijdens het poetsen of flossen. Als het tandvlees rood, gezwollen of bloedend is, kan er sprake zijn van een tandvleesontsteking.
Door je tanden goed te poetsen, dagelijks de ruimtes tussen de tanden schoon te maken en regelmatig naar de tandarts of mondhygiënist te gaan, houd je het tandvlees gezond.
Gingivitis
Ook: Tandvlees OntstekingTandvlees Ontsteking
Vroegste stadium van parodontale ziekte. Kenmerken zijn roodheid zwelling en bloeding
Gingivitis is een ontsteking van het tandvlees. De oorzaak is meestal tandplak die zich langs de rand van het tandvlees ophoopt. Bacteriën in de tandplak irriteren het tandvlees, waardoor het ontstoken raakt.

Bij gingivitis is het tandvlees vaak rood, gezwollen en kan het bloeden tijdens het poetsen of flossen. Meestal doet het geen pijn, waardoor veel mensen niet merken dat ze een tandvleesontsteking hebben.
Gingivitis is goed te behandelen. Door je tanden en de ruimtes tussen de tanden goed schoon te maken en tandplak te laten verwijderen door de tandarts of mondhygiënist, kan het tandvlees weer gezond worden.
Wordt gingivitis niet behandeld, dan kan de ontsteking zich uitbreiden naar het kaakbot. Dit kan leiden tot parodontitis, een ernstigere aandoening waarbij steunweefsel van de tanden en kiezen verloren gaat.
Gipsmodel
Ook: kopie van tanden en kiezenEen gipsmodel is een kopie van tanden en kiezen of een kaak in gips. Nadat het gebit of de kaken zijn afgedrukt wordt er in de afdruk gips gegoten. Er bestaan verschillende soorten gips. Hoe nauwkeuriger het model moet zijn des te harder (stone) gips er wordt gebruikt. De gipsmodellen worden vaak in een ARTICULATOR geplaatst om de bewegingen van de onderkaak na te kunnen bootsen.

Tegenwoordig kan een gebit ook digitaal afgedrukt worden en dan wordt het model in een 3D printer in kunststof geprint.
3D geprint model in kunststof waarop een kroon wordt gemaakt. Procedure van afdrukken en uitgieten tot gipsmodellen
Glasionomeer / glascarbomeer / compomeer
Ook: vullingGlasionomeer / glascarbomeer / compomeer
Glasionomeer of glascarbomeer is een (meng)variant van een tandkleurige vulling. Deze vulling is wat minder sterk is en plakt wat minder goed aan het tandweefsel. Het voordeel is dat deze vullingen over het algemeen beter tegen vocht of bloed kunnen. Deze vullingen worden dan ook vooral gebruikt in situaties waarin het lastig is om de kies of tand goed droog te houden, bijvoorbeeld bij kinderen.
Glasiononomeervulling
Glazuurhypoplasie
Ook: tandglazuurOnvolledige aanmaak van tandglazuur tijdens de ontwikkeling resulterend in putjes groeven of vlekken.

Glazuurhypoplasie is een aandoening waarbij het tandglazuur niet volledig of niet goed is gevormd. Hierdoor is het glazuur dunner dan normaal of ontbreken er kleine stukjes glazuur op een tand of kies.
Tanden met glazuurhypoplasie kunnen witte, gele of bruine vlekken, groefjes of putjes hebben. Ook zijn ze vaak gevoeliger voor kou, warmte en zoetigheid. Omdat het glazuur minder sterk is, is de kans op slijtage en gaatjes groter.
Glazuurhypoplasie ontstaat tijdens de ontwikkeling van de tanden. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals ziekte, een tekort aan voedingsstoffen, een ongeluk of een verstoring tijdens de groei van het tandglazuur.
De tandarts kan glazuurhypoplasie behandelen of beschermen met bijvoorbeeld fluoride, een vulling, composiet of een kroon, afhankelijk van de ernst van de afwijking. Regelmatige controles en een goede mondhygiëne helpen om de tanden zo lang mogelijk gezond te houden.
Halitose - slechte adem
Ook: slechte ademChronische slechte adem
Veroorzaakt door vluchtige zwavelhoudende verbindingen die bacteriën produceren op de tong in tandvleeszakken of elders.
Halitose is de medische naam voor een slechte adem. Meestal wordt halitose veroorzaakt door bacteriën in de mond die nare geuren produceren. Deze bacteriën zitten vaak op de tong, tussen de tanden of in ontstoken tandvlees.

Een slechte adem kan ook ontstaan door een droge mond, onvoldoende mondhygiëne, roken of bepaalde voedingsmiddelen, zoals knoflook en ui. Soms ligt de oorzaak buiten de mond, bijvoorbeeld in de keel, neus of maag.
De behandeling hangt af van de oorzaak. Een goede mondhygiëne, het reinigen van de tong, spoelen met een mondspoel middel met active zuurstof voldoende water drinken en regelmatige controles bij de tandarts of mondhygiënist kunnen vaak helpen om een slechte adem te verminderen.
Blijft de slechte adem bestaan, dan kan de tandarts onderzoeken wat de oorzaak is en zo nodig doorverwijzen voor verder onderzoek.
Hazenlip
Een hazenlip is een aangeboren spleet in de bovenlip. Soms loopt de spleet ook door in de kaak en/of het gehemelte. Hierdoor kunnen problemen ontstaan met drinken, eten, spreken en de ontwikkeling van het gebit. Een hazenlip wordt meestal kort na de geboorte operatief gesloten en de behandeling gebeurt vaak door een gespecialiseerd schisisteam.

Hechtnaad
Ook: hechtingEen hechtnaad is een rij hechtingen waarmee de tandarts, kaakchirurg of implantoloog een wond in de mond sluit. Hechtingen helpen de wondranden goed tegen elkaar aan te houden, zodat de wond rustig kan genezen. Een hechtnaad wordt bijvoorbeeld aangebracht na het trekken van een tand of kies, het plaatsen van een implantaat of een andere chirurgische behandeling in de mond.

Er zijn verschillende soorten hechtingen. Sommige lossen vanzelf op na enkele weken. Andere moeten na ongeveer één tot twee weken door de tandarts of kaakchirurg worden verwijderd. Je behandelaar vertelt welke soort hechtingen bij jou zijn gebruikt.
Na de behandeling kan de plek rondom de hechtnaad wat gevoelig of gezwollen zijn. Dit is meestal normaal en neemt na een paar dagen af. Het is belangrijk om de mond goed schoon te houden en de adviezen van de tandarts op te volgen. Poets voorzichtig rondom de wond en vermijd de eerste dagen hard of scherp voedsel.
Neem contact op met de tandarts als de wond blijft bloeden, de pijn of zwelling na enkele dagen erger wordt, of als de hechtnaad loslaat voordat de wond voldoende is genezen. In de meeste gevallen geneest een wond met een hechtnaad zonder problemen.
Immediaat
Ook: trekken van een tand of kiesImmediaat betekent direct.
In de tandheelkunde wordt het vooral gebruikt om aan te duiden dat iets direct gebeurt na het trekken van een tand of kies (extractie). Bijvoorbeeld immediaat implanteren. Het direct plaatsen van een implantaat na trekken van een tand of kies. Of een immediaat prothese. Een kunstgebit dat direct wordt geplaatst na het trekken van tanden of kiezen.
Implantaat
Ook: tandimplantaatEen implantaat is een kunstwortel die de tandarts of implantoloog in het kaakbot plaatst ter vervanging van een ontbrekende tand of kies. Een implantaat is meestal gemaakt van titanium, een sterk en lichaamsvriendelijk materiaal dat goed met het kaakbot kan vergroeien.

Nadat het implantaat is geplaatst, krijgt het kaakbot enkele maanden de tijd om stevig om het implantaat heen te groeien. Dit proces wordt osseo-integratie genoemd. Zodra het implantaat goed vastzit, wordt er een verbindingsstuk (abutment) op geplaatst. Hierop komt uiteindelijk een kroon, brug of een klikgebit.
Een implantaat kan een goede oplossing zijn als je één of meerdere tanden of kiezen mist. Het ziet er natuurlijk uit, voelt vaak aan als een eigen tand en helpt om goed te kunnen kauwen en spreken. Daarnaast helpt een implantaat om het kaakbot zoveel mogelijk te behouden, omdat het bot weer wordt belast tijdens het kauwen.
Niet iedereen komt direct in aanmerking voor een implantaat. Er moet voldoende gezond kaakbot aanwezig zijn en het tandvlees moet gezond zijn. Soms is eerst een botopbouw of een andere behandeling nodig.
Een goede mondhygiëne en regelmatige controles bij de tandarts of implantoloog zijn belangrijk om een implantaat jarenlang gezond te houden. Met de juiste verzorging kan een implantaat vaak tientallen jaren meegaan.
Lees meer over implantaat:
- Alles over implantaten.
- Botopbouw
- Implantaten en vitamine D
- Implantaten samengevat
- Kaakbot transplantatie en religieuze bezwaren
- Klikgebit
- Nazorg bij implantaten
- Ontsteking bij implantaat
- Peri-implantitis
Impressie
Ook: tandenafdrukEen impressie is een afdruk van je tanden, kiezen, tandvlees en soms ook je beet. De tandarts gebruikt deze afdruk om een nauwkeurig model van je gebit te maken. Dit model helpt bij het maken van bijvoorbeeld een kroon, brug, kunstgebit, beugel, gebitsbeschermer of een doorzichtige aligner.

Een impressie kan op twee manieren worden gemaakt. De tandarts kan een afdruk nemen met een speciale afdruklepel en zacht afdrukmateriaal dat enkele minuten in de mond blijft zitten. Steeds vaker wordt een digitale impressie gemaakt. Hierbij maakt een kleine mondscanner een 3D-afbeelding van je gebit. Dit is vaak sneller en voor veel mensen comfortabeler.
Het maken van een impressie doet geen pijn. Sommige mensen vinden het afdrukmateriaal of de afdruklepel even onprettig, vooral als zij snel moeten kokhalzen. Een digitale scan kan dan een prettig alternatief zijn.
Een goede impressie is belangrijk, omdat tandheelkundige hulpmiddelen precies moeten passen. Zo kan de tandarts of tandtechnicus een behandeling zorgvuldig voorbereiden en zorgen voor een comfortabel en goed passend eindresultaat.
Inlay
Een indirect restauratie van keramiek of composiet die in een geprepareerde holte van een kies wordt geplakt. Sterker dan een directe vulling.

Een inlay is een composietvulling of een gedeeltelijke kroon van kunststof, porselein of metaal (goud) dat niet in de mond maar buitende mond wordt gemaakt. Vervolgens wordt de inlay door de tandarts in een kies gelijmd (cementeren).
Als het werkstuk heel groot is en het kauwvlak bedekt dan spreekt men niet over een inlay maar een onlay.
Eerst wordt er een gat gemaakt in de kies om een oude vulling of aangetast tandweefsel te verwijderen. Vervolgens kan in dezelfde afspraak de inlay of onlay door de tandarts geplaatst worden of dit kan bij uitbesteding aan een tandtechnieker in twee stappen plaatsvinden.
De tandarts maakt dan na de afdruk van de kies een tijdelijke vulling. Nadat er door de tandtechnicus op maat een inlay of onlay is gemaakt, wordt deze bij een tweede behandeling door de tandarts vastgezet in de kies.
Inlay animatie
Intermaxillaire correctieveren
Ook: Orthodontische behandelingIntermaxillaire correctieveren zijn kleine metalen veren die tijdens een orthodontische behandeling worden gebruikt om de stand van de boven- en onderkaak of de positie van tanden en kiezen te corrigeren. De veren worden bevestigd aan een vaste beugel en oefenen een lichte, constante kracht uit. Door deze gecontroleerde kracht kunnen tanden en kiezen geleidelijk naar de gewenste positie bewegen. Intermaxillaire correctieveren worden vaak toegepast om de beet te verbeteren, een overbeet of onderbeet te corrigeren of de samenwerking tussen de boven- en onderkaak te optimaliseren.

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?
- de orthodontist beoordeelt de stand van het gebit en de beet;
- de intermaxillaire correctieveer wordt aan de vaste beugel bevestigd;
- de veer oefent continu een lichte kracht uit op de tanden en kiezen;
- tijdens controleafspraken wordt de voortgang beoordeeld;
- indien nodig wordt de veer vervangen of aangepast.
Wat zijn de voordelen?
- Continue en gecontroleerde kracht zonder dat de patiënt elastieken hoeft te vervangen.
- Kan de behandeling efficiënter laten verlopen.
- Helpt de beet en de stand van de tanden en kiezen te verbeteren.
- Kan bijdragen aan een stabieler eindresultaat van de orthodontische behandeling.
Bijzonderheden
- De eerste dagen kunnen de tanden, kiezen of kaak wat gevoelig zijn. Dit is normaal en verdwijnt meestal vanzelf.
- Een goede mondhygiëne is extra belangrijk, omdat de veer het reinigen van de beugel iets moeilijker kan maken.
- Probeer niet aan de veer te trekken of ermee te spelen, omdat deze hierdoor kan verbuigen of losraken.
- Neem contact op met de orthodontist wanneer de veer losraakt, verbogen is of irritatie veroorzaakt aan de wang of lip.
Kleurtest (plakindex)
Ook: tandplak metingKleurtest (plakindex)
Bij een kleurtest wordt de tandplak op de tanden gekleurd, waardoor duidelijk te zien waar dit (nog) zit.

Een kleurstof wordt door de tandarts op de tanden aangebracht of door de patiënt zelf door te kauwen op een tabletje. Na het wegspoelen van de kleurstof, blijft deze zitten op de plekken met plak.
Als wordt genoteerd op welke VLAKKEN van een tand of kies nog tandplak zit dan kan ook een percentage uitgerekend worden. Dit heet dan een plakindex. Over het algemeen wordt gestreefd naar een waarde onder de 20%.
Kleurtest
Knobbel
Ook: afwijkingen in de mond

Een kies is niet plat. De kies bevat knobbels die uitsteken boven het midden van de kies dat dieper ligt. Door deze knobbels kunnen we ons voedsel beter fijn malen. Bij grotere meervlaksvullingen moet de tandarts ook deze knobbel ‘namaken’ met een vulling.
lees meer over afwijkingen in de mond
Koudegevoeligheid
Ook: overgevoeligheidKort optredende pijn bij koud voedsel of dranken veroorzaakt door blootliggende tandhalzen.

Koudegevoeligheid betekent dat je tanden of kiezen pijn doen of gevoelig reageren wanneer je iets kouds eet of drinkt. Ook koude lucht kan soms een korte, scherpe pijn veroorzaken. De pijn verdwijnt meestal weer zodra de prikkel weg is.
Koudegevoeligheid kan verschillende oorzaken hebben. Zo kan het tandvlees zijn teruggetrokken, waardoor de gevoelige tandhals bloot komt te liggen. Ook slijtage van het glazuur, een gaatje, een lekkende vulling, een gebroken tand of tandenknarsen kunnen ervoor zorgen dat een tand gevoelig wordt. Soms zijn tanden tijdelijk gevoeliger na een tandheelkundige behandeling of na een professionele gebitsreiniging.
Als de gevoeligheid lang aanhoudt of erger wordt, is het verstandig om een afspraak bij de tandarts te maken. De tandarts onderzoekt waardoor de klachten ontstaan en kan een passende behandeling voorstellen. Dit kan bijvoorbeeld een fluoridebehandeling, een nieuwe vulling of een andere behandeling zijn.
Om koudegevoeligheid te helpen voorkomen, is het belangrijk om twee keer per dag te poetsen met een fluoridehoudende tandpasta en een zachte tandenborstel te gebruiken. Er zijn ook speciale tandpasta's voor gevoelige tanden die de klachten kunnen verminderen. Vermijd daarnaast te hard poetsen en laat je gebit regelmatig controleren door de tandarts.
Kroon
Ook: tandkroonEigenlijk is een KROON het natuurlijke deel van de tand of kies dat boven het tandvlees UITSTEEKT. Maar als er bij de tandarts gesproken wordt over kronen dan gaat het vaak over een kroon die door een tandtechnieker of een CAD-CAM machine is gemaakt. De behandelcode R24 wordt gebruikt om een (gedeeltelijke) kroon op een natuurlijk tand of kies in rekening te brengen.

Zo'n kroon is dan een kapje van meestal metaal en/of porselein dat over een afgeslepen tand of kies past. Het kapje zit op de tand of kies vastgelijmd (gecementeerd). Tegenwoordig zie je door de moderne (CAD-CAM / 3D-printing) productiemethoden ook meer kunststof varianten van kronen. Ook worden kronen met behulp van ABUTMENTS bevestigd op IMPLANTATEN. Een kroon op een implantaat wordt met R34 in rekening gebracht.
Een kroon bij een tand of kies wordt door de tandarts gemaakt als er onvoldoende houvast is voor een vulling zo groot is dat de randen en vorm niet goed te maken zijn. Daarnaast worden kronen gemaakt om kiezen te beschermen tegen breuk, bijvoorbeeld bij wortelkanaalbehandelingen, om de vorm van tanden en kiezen te herstellen bij slijtage of om ze fraaier te maken.
Kronen worden zoals hierboven beschreven geplaatst op de natuurlijke tand of kies. Als er implantaten geplaatst zijn dan kan een implantaat ook als kunstwortel dienen waarop een kroon kan worden vastgezet. Soms heeft de natuurlijke tand of kies onvoldoende houvast voor een kroon en in die gevallen wordt door een STIFTOPBOUW nog verankering in het wortelkanaal gevonden.
Een kroon zelf kan ook als brugpijler houvast bieden voor de vervanging van één of meer ontbrekende tanden en kiezen.
Een kroon wordt niet zoals een vulling direct in de mond gemaakt maar indirect buiten de mond en wordt daarom ook wel een indirecte restauratie genoemd. Soms wordt de kroon na een digitale AFDRUK in de tandartspraktijk op dezelfde dag met een slijp of printmachine gemaakt (chairside), maar over het algemeen wordt de kroon op een GIPSMODEL door een tandtechnisch laboratorium gemaakt. Om de hoogte en vorm van de kroon te kunnen bepalen is het ook belangrijk hoe de tanden en kiezen of de kaken ten opzichte van elkaar staan. Dit wordt gedaan middels een zogenaamde BEETREGISTRATIE/ BEETBEPALING.
Na de afdruk en de beetregistratie zal er dan een tijdelijke kroon over de tand of kies worden geplaatst en enkele weken later als de weer verwijderd als de definitieve kroon af is en vastgezet (gecementeerd) wordt. Na verwijderen van de lijm (cement), polijsten en aanpassen van de hoogte is de behandeling afgerond.
Animatie over een kroon
Om ruimte te maken voor de kroon moet er met een boor tandweefsel worden weggenomen
Het prepareren (boren) van een bepaald type kroon zoals geleerd tijdens de tandheelkunde studie
Kunstgebit mogelijkheden
Verschillende mogelijkheden voor een kunstgebit

Wanneer één of meerdere tanden of kiezen ontbreken, zijn er verschillende mogelijkheden om deze te vervangen. Welke oplossing het meest geschikt is, hangt af van het aantal ontbrekende tanden of kiezen, de conditie van het kaakbot, de aanwezige eigen tanden en de persoonlijke wensen van de patiënt.
1. Plaatprothese (gedeeltelijk kunstgebit)
Een plaatprothese is een uitneembaar kunstgebit dat één of meerdere ontbrekende tanden of kiezen vervangt. De kunsttanden zijn bevestigd aan een roze kunststof plaatje dat op het tandvlees rust. Met metalen haakjes (ankers) wordt de prothese vastgehouden aan de overgebleven tanden of kiezen.
Een plaatprothese is vaak een eenvoudige en betaalbare oplossing, maar biedt minder stevigheid dan een frameprothese.
2. Frameprothese
Een frameprothese is een uitneembaar gedeeltelijk kunstgebit met een dun metalen frame. De kunsttanden zijn bevestigd op een metalen constructie die steun krijgt van de eigen tanden én het kaakbot.
Hierdoor zit een frameprothese steviger, voelt deze dunner aan en verdeelt de kauwkrachten beter dan een plaatprothese. Een frameprothese is vaak comfortabeler en gaat meestal langer mee.
3. Volledig kunstgebit
Een volledig kunstgebit vervangt alle tanden en kiezen in de boven- of onderkaak. Het rust volledig op het tandvlees en het onderliggende kaakbot.
De pasvorm wordt gemaakt op basis van afdrukken van de kaak. In de bovenkaak ontstaat de houvast vooral door vacuümwerking. In de onderkaak is de houvast vaak minder, omdat daar minder steunvlak aanwezig is.
Een volledig kunstgebit is uitneembaar en moet dagelijks goed worden gereinigd.
4. Overkappingsprothese (klikgebit)
Een overkappingsprothese, ook wel klikgebit genoemd, is een uitneembaar kunstgebit dat vastklikt op implantaten die in het kaakbot zijn geplaatst.
Het kunstgebit wordt met drukknoppen, een steg of een ander bevestigingssysteem op de implantaten vastgezet. Hierdoor zit het kunstgebit veel steviger dan een gewoon kunstgebit.
Voordelen zijn:
- meer houvast;
- beter kunnen kauwen;
- meer comfort;
- minder schuiven tijdens het spreken;
- meer zelfvertrouwen.
5. Vaste brug op implantaten (full-arch reconstructie)
Bij een vaste brug op implantaten worden alle tanden en kiezen in één kaak vervangen door een vaste brug die op meerdere implantaten is bevestigd.
De brug kan niet door de patiënt zelf worden uitgenomen en voelt aan als eigen tanden. Deze behandeling wordt ook wel een full-arch reconstructie genoemd.
Voordelen zijn:
- maximale stabiliteit;
- uitstekende kauwfunctie;
- natuurlijke uitstraling;
- geen loszittend kunstgebit;
- behoud van het kaakbot.
Welke oplossing is het meest geschikt?
De tandarts, implantoloog of tandprotheticus beoordeelt welke behandeling het beste past. Hierbij wordt gekeken naar:
- het aantal ontbrekende tanden of kiezen;
- de gezondheid van het tandvlees;
- de hoeveelheid kaakbot;
- de algemene gezondheid;
- de wensen van de patiënt;
- en het beschikbare budget.
Voor iedere situatie bestaat een passende oplossing. Het doel is altijd om de kauwfunctie, het spreken, het comfort en de uitstraling van het gebit zo goed mogelijk te herstellen.
Kwadrant
Ook: Kwadranten van tand of kiesEen vierde deel van het gebit.
Bij het screenen van de gezondheid van het tandvlees of bij het verwijderen van een tand of kies (H11,H16) wordt de term kwadrant gebruikt.
Het gebit wordt in vier delen (kwadranten) verdeeld:
Het eerste kwadrant, rechtsboven
Het tweede kwadrant, linksboven
Het derde kwadrant, linksonder
Het vierde kwadrant, rechtsonder

Lasertherapie
Ook: orthodontische behandelingenLasertherapie is een behandeling waarbij de tandarts een speciale laser gebruikt om bepaalde aandoeningen in de mond te behandelen.

De laser werkt met een geconcentreerde lichtstraal en kan nauwkeurig weefsel behandelen zonder veel schade aan het omliggende gebied.
In de tandheelkunde wordt lasertherapie onder andere gebruikt bij de behandeling van tandvleesontstekingen, het verwijderen van ontstoken weefsel, kleine chirurgische ingrepen of bij orthodontische behandelingen, het behandelen van aften en het verminderen van bacteriën in de mond. Een laserbehandeling is vaak minder belastend dan een traditionele behandeling. Er is meestal minder bloeding, zwelling en napijn, en het herstel kan sneller verlopen. Niet iedere behandeling is geschikt om met een laser uit te voeren.
Of lasertherapie voor jou een goede keuze is, hangt af van de aandoening en de behandeling die nodig is. De tandarts bespreekt de mogelijkheden en de verwachte resultaten met je.
Ligament parodontaal
Ook: bloedvaten en zenuwen bij tanden en kiezenHet parodontaal ligament, ook wel het wortelvlies genoemd, is een laagje stevig bindweefsel dat de wortel van een tand of kies met het kaakbot verbindt.

Het werkt als een soort schokdemper tijdens het kauwen en zorgt ervoor dat tanden en kiezen stevig, maar toch licht verend, in de kaak vastzitten.
In het parodontaal ligament zitten bloedvaten en zenuwen. Hierdoor voel je bijvoorbeeld hoeveel kracht je gebruikt tijdens het bijten en kauwen.
Bij een tandvleesontsteking of parodontitis kan ook het parodontaal ligament worden aangetast. Hierdoor kan de tand of kies losser gaan staan.
Een goede mondhygiëne en regelmatige controles bij de tandarts of mondhygiënist helpen om het steunweefsel van het gebit gezond te houden.
Linguaal
Ook: kant van de tongLinguaal betekent aan de kant van de tong. In de tandheelkunde wordt deze term gebruikt om aan te geven dat iets zich aan de tongzijde van een tand of kies bevindt.

Zo kan een tandarts bijvoorbeeld spreken over een linguale vulling of een linguale zijde van een tand. Bij de onderkaak is dit altijd de kant die naar de tong wijst. Bij de bovenkaak wordt meestal de term palatinaal gebruikt voor de zijde die naar het gehemelte wijst.
De tandarts gebruikt deze termen om precies aan te geven waar een behandeling moet plaatsvinden of waar een afwijking zit. Hierdoor is duidelijk over welke kant van een tand of kies wordt gesproken.
Lipbandje (frenulum labii)
Een lipbandje is een klein stukje bindweefsel dat de binnenkant van de boven- of onderlip verbindt met het tandvlees. Iedereen heeft een boven- en een onderlipbandje. Meestal veroorzaakt een lipbandje geen klachten en heeft het een normale functie bij het bewegen en ondersteunen van de lip.

Soms is een lipbandje te kort, te strak of zit het te laag vast aan het tandvlees. Hierdoor kunnen problemen ontstaan, zoals een spleetje tussen de voortanden (diasteem), terugtrekkend tandvlees, moeite met het goed schoonhouden van het gebit of spanning op het tandvlees. Bij baby's kan een strak lipbandje soms ook problemen geven bij het aanhappen tijdens de borstvoeding.
De tandarts, mondhygiënist, orthodontist of kaakchirurg beoordeelt of het lipbandje klachten veroorzaakt en of behandeling nodig is. In veel gevallen is geen behandeling nodig. Alleen wanneer het lipbandje daadwerkelijk problemen veroorzaakt, kan worden gekozen voor een kleine chirurgische ingreep waarbij het lipbandje wordt losgemaakt of verwijderd. Dit wordt een frenulotomie of frenectomie genoemd.
Na de behandeling geneest het wondje meestal snel. Een goed functionerend lipbandje draagt bij aan een gezonde mond, een goede mondhygiëne en een normale werking van de lippen en het tandvlees.
Malokklusie
Ook: afwijkende bijtMalokklusie betekent dat de boven- en ondertanden niet goed op elkaar passen wanneer je de mond sluit. Dit wordt ook wel een afwijkende beet of een verkeerde stand van het gebit genoemd.

Een malokklusie kan verschillende vormen hebben, zoals overbeet, onderbeet, kruisbeet, open beet of scheefstaande tanden. Dit kan aangeboren zijn of ontstaan door bijvoorbeeld duimzuigen, tongpersen of een afwijkende kaakgroei.
Een verkeerde beet kan klachten geven, zoals moeite met kauwen, sneller slijtende tanden, kaakklachten of problemen met spreken. Niet iedereen met een malokklusie heeft klachten.
De tandarts of orthodontist kan beoordelen of een behandeling nodig is. In veel gevallen kan een beugel of een andere orthodontische behandeling de stand van de tanden en de beet verbeteren.
Membraan en of pinnen
Ook: Dun beschermend vliesMembraan

Een membraan is een dun beschermend vlies dat over het botmateriaal wordt gelegd. Het voorkomt dat het tandvlees te snel in het gebied groeit waar nieuw bot moet ontstaan. Hierdoor krijgt het bot voldoende tijd en ruimte om rustig te herstellen en aan te groeien.
Er zijn twee soorten membranen:
- Oplosbaar (resorbeerbaar): wordt vanzelf door het lichaam afgebroken en hoeft niet verwijderd te worden.
- Niet-oplosbaar (niet-resorbeerbaar): moet na de genezing tijdens een kleine ingreep worden verwijderd.
Fixatiepinnen
Fixatiepinnen zijn kleine titanium of resorbeerbare pinnetjes waarmee het membraan en/of het botmateriaal stevig aan het kaakbot worden vastgezet. Hierdoor kan het materiaal tijdens de genezing niet verschuiven.
Een stabiele ligging van het botmateriaal is belangrijk, omdat beweging de vorming van nieuw bot kan verstoren.
Waarom worden een membraan en pinnen gebruikt?
Het gebruik van een membraan en/of pinnen:
- beschermt het aangebrachte botmateriaal;
- voorkomt dat zacht weefsel tussen het nieuwe bot groeit;
- zorgt voor extra stabiliteit tijdens de genezing;
- vergroot de kans op een succesvolle botopbouw;
- en biedt een betere basis voor het plaatsen van een implantaat.
Na enkele maanden is het botmateriaal meestal vergroeid met het bestaande kaakbot. Wanneer voldoende nieuw bot is gevormd, kan het implantaat veilig en stabiel worden geplaatst.
micro-implantaat
Een micro-implantaat is een klein schroefje van titanium dat tijdelijk in het kaakbot wordt geplaatst. Het dient als een stevig anker tijdens een beugelbehandeling. Hierdoor kunnen tanden en kiezen nauwkeurig worden verplaatst zonder dat andere tanden meebewegen. Na afloop van de behandeling wordt het micro-implantaat eenvoudig weer verwijderd.

Microscoop
Tandheelkundige Microscoop

Mineral Trioxide Aggregate (MTA)
Ook: Mineral Trioxide AggregateMineral Trioxide Aggregate (MTA) is een biocompatibel tandheelkundig materiaal dat wordt gebruikt om tanden en kiezen te herstellen en de genezing van het tandweefsel te bevorderen. Het materiaal sluit goed af en is vriendelijk voor het omliggende weefsel.

MTA wordt onder andere gebruikt bij wortelkanaalbehandelingen, het afsluiten van een opening in de wortel, een directe pulpa-overkapping en behandelingen waarbij de wortelpunt of de ontwikkeling van een tand behouden moet blijven.
Een belangrijk voordeel van MTA is dat het de genezing van het weefsel stimuleert en goed bestand is tegen vocht. Hierdoor is de kans op lekkage en nieuwe infecties kleiner.
De tandarts kiest alleen voor MTA wanneer dit de meest geschikte behandeling is. Het materiaal heeft zich bewezen als een betrouwbare en duurzame oplossing bij verschillende tandheelkundige behandelingen.
Mondslijmvlies
Ook: mucosaHet mondslijmvlies is de zachte, vochtige bekleding aan de binnenkant van de mond.

Het bedekt onder andere de wangen, lippen, tong, het gehemelte en de mondbodem. Het mondslijmvlies beschermt de mond tegen bacteriën, virussen en beschadigingen.
Een gezond mondslijmvlies is meestal roze, glad en vochtig. Soms kunnen er veranderingen ontstaan, zoals wondjes, aften, blaasjes, witte of rode plekjes of zwellingen. Deze kunnen verschillende oorzaken hebben, zoals een beschadiging, een infectie of een onderliggende aandoening.
De tandarts controleert tijdens een periodieke controle ook het mondslijmvlies. Zo kunnen afwijkingen vroegtijdig worden ontdekt en, als dat nodig is, verder worden onderzocht of behandeld.
Heb je een plek of wondje in de mond dat langer dan twee weken blijft bestaan? Neem dan contact op met je tandarts voor een controle.
Mondzorg voorlichting en instructie
Ook: Mondzorg preventievePreventieve mondzorg (code M01) omvat persoonlijke voorlichting en instructie door tandarts of mondhygiënist om gebitsproblemen te voorkomen. Dit bevat poetsinstructies, voedingsadviezen en reinigingstips voor tussen de tanden (ragers/flossen), mondspoelmiddel.

Het doel is de mondgezondheid te verbeteren, vaak via 5 stappen: tandpasta, poetsen, interdentaal reinigen, tongreiniging en mondspoelen (met actieve zuurstof).
Lees meer over:
MTA (Mineral Trioxide Aggregate)
Ook: biokeramisch materiaal dat in de tandheelkundeMTA (Mineral Trioxide Aggregate) is een biokeramisch materiaal dat in de tandheelkunde wordt gebruikt om tanden en kiezen te herstellen en de genezing van het tandweefsel te bevorderen. Het materiaal is biocompatibel, wat betekent dat het goed door het lichaam wordt verdragen en de vorming van nieuw hard weefsel kan stimuleren.

De tandarts gebruikt MTA onder andere bij een wortelkanaalbehandeling, een perforatie van de tandwortel, een wortelpuntafsluiting (apexificatie of apexificatie) en wanneer de zenuw van een tand of kies beschermd moet worden.
MTA sluit de tand goed af tegen bacteriën en vocht. Hierdoor wordt de kans op een nieuwe infectie kleiner en krijgt het omliggende weefsel de mogelijkheid om te herstellen.
Door de goede afsluiting, hoge duurzaamheid en uitstekende biologische eigenschappen is MTA een veelgebruikt materiaal bij complexe behandelingen waarbij behoud van de tand of kies het doel is.
mucoperiostale opklap
Ook: Tandvlees samen met het vliesEen mucoperiostale opklap is een chirurgische techniek waarbij de tandarts of kaakchirurg het tandvlees samen met het vlies dat het kaakbot bedekt (het periost) voorzichtig losmaakt en opzij klapt. Hierdoor ontstaat goed zicht op het onderliggende kaakbot en de wortels van tanden of kiezen.
Deze techniek wordt gebruikt bij verschillende mondchirurgische behandelingen, zoals het verwijderen van een ingesloten tand of kies, een wortelpuntbehandeling, het plaatsen van een implantaat of een botopbouw.

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?
- de behandeling wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving;
- de tandarts of kaakchirurg maakt een kleine incisie in het tandvlees;
- het tandvlees en het periost worden voorzichtig als één geheel losgemaakt en opzij geklapt;
- de geplande behandeling wordt uitgevoerd;
- daarna wordt de opklap teruggeplaatst;
- het tandvlees wordt gehecht zodat de wond goed kan genezen.
Wat is in het tarief inbegrepen?
- Het maken van de mucoperiostale opklap.
- Het zorgvuldig terugplaatsen van het tandvlees.
- Het hechten van de wond.
- Instructies voor de nazorg en wondgenezing.
Bijzonderheden
- Een mucoperiostale opklap is geen behandeling op zichzelf, maar een techniek die wordt gebruikt om een andere chirurgische behandeling veilig uit te voeren.
- Door deze techniek heeft de behandelaar beter zicht en kan nauwkeuriger worden gewerkt.
- Na de behandeling kunnen tijdelijke zwelling, napijn en een lichte bloeding optreden.
- De hechtingen lossen meestal vanzelf op of worden tijdens een controleafspraak verwijderd.
myofunctionele beugel
Ook: Uitneembare beugelEen myofunctionele beugel is een uitneembare beugel die helpt om de werking van de mondspieren, tong en kaken te verbeteren. De beugel wordt vooral gebruikt bij kinderen en jongeren die verkeerde mondgewoonten hebben, zoals mondademen, duimzuigen of een verkeerde tongpositie.
Door deze mondgewoonten te corrigeren, kan de groei van de kaken gunstig worden beïnvloed en kan de stand van de tanden verbeteren. De beugel wordt vaak gedragen tijdens de nacht en soms ook enkele uren overdag.

Wat gebeurt er tijdens de behandeling?
- de orthodontist of tandarts onderzoekt de stand van de tanden, kaken en de mondspieren;
- er wordt beoordeeld of een myofunctionele beugel geschikt is;
- er worden afdrukken of een digitale mondscan gemaakt;
- de beugel wordt op maat gemaakt of geselecteerd;
- tijdens een vervolgafspraak wordt gecontroleerd of de beugel goed past;
- je krijgt uitleg over het dragen, schoonmaken en onderhouden van de beugel;
- tijdens controles wordt de voortgang beoordeeld en wordt de behandeling zo nodig aangepast.
Wat is in het tarief inbegrepen?
- Onderzoek van het gebit, de kaken en de mondfunctie.
- Het aanmeten of verstrekken van de myofunctionele beugel.
- Uitleg over het gebruik en onderhoud van de beugel.
- Controle van de voortgang en eventuele aanpassingen tijdens de behandeling.
Bijzonderheden
- Een myofunctionele beugel werkt alleen goed als deze volgens de instructies wordt gedragen.
- De behandeling wordt vaak gecombineerd met oefeningen voor de tong-, lip- en kauwspieren (myofunctionele therapie).
- Goede mondhygiëne en regelmatig reinigen van de beugel zijn belangrijk.
- De duur van de behandeling verschilt per persoon en is afhankelijk van de groei, de ernst van de afwijking en de mate waarin de beugel wordt gedragen.
Necrose pulpa
Ook: dode tandzenuwAfsterven van het pulpaweefsel in een tand als gevolg van diepe cariës trauma of langdurige ontsteking.

Nervus alveolaris inferior
Ook: onderkaakzenuwDe grote zenuw die door de onderkaak loopt en de tanden het tandvlees en de onderlip van gevoel voorziet.

Occlusie
Ook: bijtsluitingOcclusie betekent de manier waarop de boven- en ondertanden op elkaar passen wanneer je je mond sluit of bijt.

Een goede occlusie zorgt ervoor dat je goed kunt kauwen en spreken. Ook worden de krachten tijdens het bijten gelijkmatig over de tanden en kiezen verdeeld.
Als de tanden niet goed op elkaar passen, kan dit leiden tot klachten zoals slijtage van het gebit, kaakpijn of moeite met kauwen. De tandarts controleert daarom regelmatig of de occlusie goed is.
Occlusiepunten
Ook: Contactpunten van tanden en kiezenOcclusiepunten zijn de plaatsen waar de tanden en kiezen van de boven- en onderkaak elkaar raken wanneer u uw mond sluit of tijdens het kauwen. Deze contactpunten zorgen ervoor dat de kauwkrachten gelijkmatig over het gebit worden verdeeld.
De tandarts controleert de occlusiepunten vaak met een gekleurd articulatiepapier. Door op dit papier te bijten, worden de contactpunten zichtbaar. Zo kan worden beoordeeld of de beet goed in balans is of dat bepaalde tanden of kiezen te veel belasting krijgen.
Een goede verdeling van de occlusiepunten is belangrijk voor een comfortabele beet en helpt overbelasting van tanden, kiezen, vullingen, kronen, implantaten en het kaakgewricht te voorkomen.
Als de occlusiepunten niet goed zijn verdeeld, kan de tandarts deze zo nodig corrigeren door een kleine aanpassing aan een vulling, kroon of tand uit te voeren. Hierdoor sluit het gebit beter op elkaar aan en kunnen klachten, zoals pijn bij het kauwen of overbelasting van het kaakgewricht, worden verminderd.

Onderlaag
Bij diepe vullingen kan de tandarts de zenuw (PULPA) afdekken of beschermen door een onderlaag aan te brengen. Er wordt dan eerst een dunne cementlaag gelegd op de diepste delen van de geboorde tand of kies. Er bestaan meerdere soorten onderlagen die afhankelijk van de situatie gebruikt kunnen worden.
De onderlaag helpt om:
- De tandzenuw te beschermen tegen warmte, kou en prikkels;
Gevoeligheid na de behandeling te verminderen;
Het herstel van de tand te ondersteunen;
Ervoor te zorgen dat de vulling beter blijft zitten.
Niet bij elke vulling is een onderlaag nodig. De tandarts beoordeelt tijdens de behandeling of dit in jouw situatie verstandig is. De onderlaag blijft onder de vulling zitten en is na de behandeling niet zichtbaar.
Voorbeeld van het aanbrengen van een veel gebruikt glasionomeercement als onderlaag

Onlay
Ook: verzwakte tand of kiesEen onlay is een op maat gemaakte restauratie die een beschadigde of verzwakte tand of kies herstelt. Een onlay bedekt één of meer knobbels van een tand of kies, maar niet de hele tand zoals een kroon.
Een onlay wordt meestal gemaakt van porselein of composiet en wordt stevig op de tand of kies vastgelijmd. De tandarts kiest voor een onlay wanneer een gewone vulling niet sterk genoeg is, maar een kroon nog niet nodig is.
Een onlay zorgt ervoor dat de tand of kies weer sterk wordt en er natuurlijk uitziet. Met een goede mondhygiëne en regelmatige controles kan een onlay jarenlang meegaan.
Opbeetplaat (spalk)
Ook: spalk of splintOpbeetplaat (spalk) Een opbeetplaat (ook wel stabilisatie opbeetplaat, of soms spalk of splint genoemd) is een plaatje gemaakt van kunsthars dat over de tanden en kiezen past en in en uit gedaan kan worden.
Opbeetplaten worden veel gebruikt bij de behandeling van pijnlijke kauwspieren, knakkende kaakgewrichten en ter voorkoming van gebitsslijtage. Een opbeetplaat kan zowel in de onderkaak of de bovenkaak gedragen worden, maar nooit in twee kaken tegelijkertijd. De opbeetplaat helpt om de overbelasting van tanden, kiezen - en kauwspieren, te verminderen, verkeerde gewoonten (bijv. kaakklemmen, nagelbijten) beter te leren herkennen en de tanden en kiezen te beschermen tegen slijtage. Meestal wordt de opbeetplaat voornamelijk 's nachts GEDRAGEN, maar een aantal uren overdag kan ook.

In het kader van de behandendeling van pijn en beweegstoornissen in het aangezicht en kaak- en kauwstelsel (OROFACIALE PIJN EN DISFUNCTIE) wordt gebruik gemaakt een stabilisatie opbeetplaat (G62). Als de plaat alleen bedoeld is voor de bescherming van de tanden en kiezen of kroon- en brugwerk dan wordt gebruik gemaakt van een beetbeschermingsplaat (G69). Algemene procedure maken van een opbeetplaat: De tandarts maakt afdrukken van de onder- en bovenkaak en een WASBEET REGISTRATIE.
Het maken van de opbeetplaat gebeurt bij een tandtechnisch laboratorium omdat de pasvorm heel belangrijk is en omdat de kunsthars voldoende sterk moet zijn (sterker dan plaatjes die bij de drogist of online te verkrijgen zijn). De (gips)modellen van de tanden en kiezen kunnen ook worden gebruikt om later de voortgang van gebitsslijtage mee te beoordelen. Soms kan een opbeetplaat pas goed worden gemaakt als eerst één of enkele kiezen (met de boor) worden gecorrigeerd: in de voorgaande jaren zijn deze verschoven of uitgegroeid als gevolg van ontbrekende kiezen elders in de mond. Dit wordt correctief beslijpen genoemd. Opbeetplaat
Orofaciale Pijn en Disfunctie (OPD)
Ook: pijnklachten kaak, de kauwspieren, het kaakgewrichtOrofaciale Pijn en Disfunctie (OPD) is een verzamelnaam voor pijnklachten en problemen met het functioneren van de kaak, de kauwspieren, het kaakgewricht en het gezicht. De klachten kunnen het kauwen, praten, geeuwen en het openen of sluiten van de mond moeilijk of pijnlijk maken.
Veel voorkomende klachten zijn pijn in de kaak of het gezicht, een vermoeide of stijve kaak, een beperkte mondopening, knappen of blokkeren van het kaakgewricht, hoofdpijn, oorpijn en pijn in de nek of schouders. De klachten kunnen tijdelijk zijn, maar ook langdurig aanhouden.

OPD kan verschillende oorzaken hebben, zoals tandenknarsen of klemmen, overbelasting van de kauwspieren, een verkeerde beet, een blessure, stress of een aandoening van het kaakgewricht.
De tandarts of tandarts-gnatholoog onderzoekt de kaakgewrichten, kauwspieren, de bewegingen van de onderkaak en de manier waarop de tanden en kiezen op elkaar sluiten. Soms worden aanvullende onderzoeken, vragenlijsten of metingen van de spieractiviteit gebruikt om de oorzaak van de klachten vast te stellen.
De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de klachten. Mogelijke behandelingen zijn een opbeetplaat (stabilisatie- of ontspanningssplint), oefeningen voor de kaakspieren, adviezen over het gebruik van de kaak, fysiotherapie, begeleiding bij het omgaan met pijn, gedragstherapie of andere behandelingen gericht op het verbeteren van de functie van de kaak en het verminderen van de pijn.
Met een juiste diagnose en behandeling kunnen de klachten vaak aanzienlijk verminderen en kan de normale functie van de kaak worden hersteld.
Verschil tussen OPD en TMD

Orthodontie
Ook: beugelbehandelingOrthodontie is het onderdeel van de tandheelkunde dat zich richt op het rechtzetten van tanden en kiezen en het verbeteren van de stand van de kaken.
Met een beugel kunnen scheve tanden, een verkeerde beet of ruimtegebrek worden gecorrigeerd. Hierdoor kun je beter kauwen, poetsen en krijgt het gebit vaak een mooiere uitstraling.
Een orthodontische behandeling wordt uitgevoerd door een orthodontist of een tandarts die hierin is gespecialiseerd.v
Osseo-integratie
Ook: botintegratieOsseo-integratie is het proces waarbij een tandimplantaat stevig vastgroeit in het kaakbot. Hierdoor wordt het implantaat een stabiele basis voor een kroon, brug of klikgebit.
Na het plaatsen van een implantaat heeft het kaakbot enkele maanden nodig om goed aan het implantaat vast te groeien. Tijdens deze periode geneest het bot en ontstaat een sterke verbinding.
Een goede mondhygiëne en regelmatige controles bij de tandarts of implantoloog zijn belangrijk voor een succesvolle osseo-integratie en een lange levensduur van het implantaat.
Overkappingsprothese (klikgebit)
Ook: kunstgebitEen OVERKAPPINGSPROTHESE is een (volledig) kunstgebit dat over wortels van natuurlijke tanden en kiezen of implantaten heen valt.
Als enkele wortels van tanden of kiezen behouden blijven, dan wordt het slinken van de kaken geremd. De druk die ontstaat door het kauwen, wordt bij een ‘gewoon’ kunstgebit opgevangen door het tandvlees van de tandeloze kaken. Bij een kunstgebit waaronder nog wortels aanwezig zijn worden die krachten deels opgevangen. Hierdoor en door de aanwezigheid van de wortels zelf, slinken de kaken minder snel.

De wortels zullen vaak een WORTELKANAALBEHANDELING moeten ondergaan en kunnen bedekt worden met een vulling , maar ook door kappen die gemaakt zijn door de tandtechnieker. Deze kappen kunnen soms door een klikmechanisme of magneet helpen het kunstgebit extra verankering te geven. Een andere mogelijkheid is dat er een TELESCOOPKROON wordt gemaakt op de wortel .
Tegenwoordig door het succes van implantaten worden veel overkappingsprotheses hierop gemaakt, een zogenaamd klikgebit.
Vaak twee of meer implantaten dienen als steun voor een drukknop of een steg (staaf-huls). De implantaten nemen dan de functie over van de natuurlijke wortel en geven door het klikmechanisme het kunstgebit meer stabiliteit en verankering.
Parodontitis
Ook: tandvleesziekteParodontitis is een ernstige vorm van tandvleesontsteking waarbij ook de steun van de tanden en kiezen verdwijnt. Het kaakbot wordt daarbij afgebroken en de tandvlees POCKETS steeds dieper.

Als de parodontitis niet behandeld wordt leidt dit uiteindelijk tot verlies van de tanden en kiezen. Er zijn ook aanwijzingen dat de mondgezondheid een relatie heeft met uw algemene gezondheid. Ontstoken tandvlees is niet vaak pijnlijk waardoor het onopgemerkt kan blijven als niet regelmatig de tandarts wordt bezocht.
Op deze website is een voorbeeld BEGROTING te vinden voor een tandvleesbehandeling bij parodontitis.
Parodontium
Ook: steunweefselParodontiumregistratie
Ook: Onderzoekge zondheid van het tandvleesEen parodontiumregistratie is een uitgebreid onderzoek waarbij de tandarts of mondhygiënist de gezondheid van het tandvlees, het kaakbot en de steunweefsels rondom de tanden en kiezen beoordeelt. Het doel is om tandvleesontsteking en parodontitis vroegtijdig op te sporen, de ernst van de aandoening vast te stellen en een passend behandelplan op te stellen.

Tijdens het onderzoek wordt met een speciale parodontale sonde op meerdere plaatsen rondom iedere tand of kies de ruimte tussen tand en tandvlees (de pocket) gemeten. Gezonde pockets zijn meestal 1 tot 3 millimeter diep. Diepere pockets kunnen wijzen op verlies van steunweefsel door een tandvleesontsteking of parodontitis.
Naast de pocketdiepte worden ook andere belangrijke kenmerken geregistreerd, zoals:
- bloeding na het sonderen (teken van een ontsteking);
- teruggetrokken tandvlees (recessie);
- tandplak en tandsteen;
- beweeglijkheid van tanden en kiezen;
- aantasting van de wortelsplitsing bij kiezen (furcatie);
- en eventuele pusvorming of andere afwijkingen.
Alle metingen worden vastgelegd in een parodontiumstatus of parodontiumkaart. Hierdoor kan de behandelaar precies zien welke tanden of kiezen extra aandacht nodig hebben en kan de situatie tijdens controles worden vergeleken.
Een parodontiumregistratie is belangrijk voor:
- het vroeg opsporen van tandvleesproblemen;
- het vaststellen van de ernst van parodontitis;
- het opstellen van een persoonlijk behandelplan;
- het volgen van de resultaten van de behandeling;
- en het helpen voorkomen van tandverlies.
Dit onderzoek wordt meestal uitgevoerd wanneer er aanwijzingen zijn voor tandvleesproblemen, zoals bloedend tandvlees, diepe pockets, terugtrekkend tandvlees of losstaande tanden en kiezen. Ook tijdens de nazorg van een parodontale behandeling wordt regelmatig een nieuwe parodontiumregistratie gemaakt om de mondgezondheid te controleren en de behandeling zo nodig aan te passen.
Pasvorm (fit checker)
Pasvorm is de mate waarin een tandtechnisch werkstuk aansluit.
Bijvoorbeeld een kroon op een stomp van een tand of een kunstgebit op een kaak.
Zit er veel ruimte dan is er sprake van een ruime of slechte pasvorm. Voor veel werkstukken is er een ideale hoeveelheid ruimte beschreven. Tandartsen kunnen de pasvorm van een werkstuk controleren met behulp van een pasta, de zogenaamde fit checker.
Na het mengen wordt dit aangebracht in het tandtechnisch werkstuk en vervolgens wordt het werkstuk geplaatst. Als de pasta uitgehard is dan is te zien aan de dikte van de pasta hoe de pasvorm is. Op plekken waar de pasta heel dun is, is het werkstuk te strak. Door daar het werkstuk wat ruimer te slijpen wordt de gehele pasvorm verbeterd.
Controle en verbetering pasvorm kunstgebit
Piezo-chirurgie
Ook: piezotomiePiezo-chirurgie is een techniek waarbij de tandarts of kaakchirurg met behulp van ultrasone trillingen bot kan bewerken. Het instrument werkt heel nauwkeurig en beschadigt het omliggende zachte weefsel, zoals het tandvlees, zo min mogelijk.
Deze techniek wordt vaak gebruikt bij het plaatsen van implantaten, het verwijderen van tanden of kiezen en andere chirurgische behandelingen aan de kaak.
Doordat piezo-chirurgie nauwkeurig werkt, is er vaak minder zwelling, minder napijn en kan de wond sneller genezen dan bij sommige traditionele technieken. Niet iedere behandeling is geschikt voor piezo-chirurgie; de tandarts of kaakchirurg bepaalt welke methode het beste past.
Pijlpuntregistratie
Een pijlpuntregistratie is een speciale BEETREGISTRATIE, waarbij met waswallen en apparatuur in de mond (intra-oraal) de positie van de boventanden, de beethoogte en de positie van de kaken ten opzichte van elkaar staan, wordt vastgelegd.
Bij een pijlpuntregistratie wordt een metalen plaatje bevestigd aan de waswal in de bovenkaak. In de onderkaak wordt met een waswal ook een metalen plaatje met schroef geplaatst.
Bij bewegingen van de onderkaak krast deze schroef dan een bepaald patroon op het plaatje in de bovenkaak. Dat patroon heeft de vorm van een pijlpunt. Waar de lijnen van de pijlpunt elkaar kruisen bevindt zich de rustpositie van de kaak bij dichtbijten. Door de schroef hoger of lager te zetten wordt de BEETHOOGTE bepaald.
Deze techniek kan gebruikt worden bij het maken van uitgebreid kroon- en brugwerk in de (bijna) tandeloze mond (G20) of bij het maken van een volledig kunstgebit.

Pijlpuntregistratie bij het maken van een kunstgebit
Plaatprothese
Ook: gedeeltelijk kunstgebitEen PLAATPROTHESE is een gedeeltelijk kunstgebit gemaakt van kunststof waarmee ontbrekende tanden en kiezen kunnen worden vervangen. De prothese is uitneembaar en moet 's nachts niet gedragen worden.
De plaatprothese is gemaakt van een roze, tandvlees- kleurige kunsthars. Daarin zijn de kunsttanden en -kiezen vastgelijmd. De gehele plaatprothese rust op het slijmvlies van de mond. Deze zit eventueel met ankertjes vast aan overgebleven tanden of kiezen.
Gedeeltijke plaatprotheses

Plak (Tandplak)
Ook: verkalkt plak wordt tandsteen.Tandplak is een zacht, kleverig laagje met bacteriën dat zich elke dag op tanden en kiezen vormt. Als tandplak niet goed wordt verwijderd, kunnen de bacteriën zuren en schadelijke stoffen maken.

Hierdoor kunnen gaatjes, een slechte adem en ontstoken tandvlees ontstaan. Blijft tandplak langere tijd zitten, dan kan het verharden tot tandsteen.
Door twee keer per dag je tanden te poetsen met fluoride tandpasta en dagelijks de ruimtes tussen je tanden schoon te maken met bijvoorbeeld floss, tandenstokers of ragers, kun je tandplak verwijderen en je gebit gezond houden.
Plakbrug (etsbrug)
Een plakbrug is een methode waarmee een tandarts ontbrekende tanden of kiezen kan vervangen. De ontbrekende tand of kies wordt dan vastgeplakt (ETSEN) aan de buurtanden. Deze brugconstructie wordt gebruikt als de buurtanden nog gaaf zijn (geen of nauwelijks vullingen).
Het voordeel is dat dan nauwelijks iets van de gave tanden hoeft te worden afgeslepen. Soms is het ook mogelijk om het zonder slijpen te doen. De plakbrug zit wel minder stevig dan een gewone BRUG en wordt daarom vooral gebruikt ter vervanging van één of twee voortanden. Bij de kiezen zijn vaak de kauwkrachten te groot.
De plakbrug kan direct in de mond worden gemaakt, waarbij soms ook glasfiber wordt gebruikt als extra versteviging of indirect buiten de mond na het nemen van een AFDRUK. Als de plakbrug indirect gemaakt is, wordt deze door middel van metalen of keramische vleugels bevestigingsplaatjes met kunststof lijm aan de binnenzijde van de tanden geplakt.
Een plakbrug waarvoor aan de tanden geboord is (GEPREPAREERD), wordt in rekening gebracht met R61 en plakbrug waarbij de tanden niet geprepareerd zijn met R60.
Etsbrug, indirect gemaakt met twee metalen vleugels als bevestiging.
Klassieke preparatie plakbrug indirect gemaakt voor metalen vleugels
Maken van een directe plakbrug met glasfiber ondersteuning
PMO (Periodiek mondonderzoek)
Ook: Controle bij de tandartsPeriodiek mondonderzoek Een periodiek mondonderzoek is de regelmatige controle van uw mondgezondheid door de tandarts.
Tijdens deze controle beoordeelt de tandarts de gezondheid van uw tanden, kiezen, tandvlees, slijmvliezen, kaakgewrichten en eventuele bestaande vullingen, kronen, bruggen, implantaten of prothesen.
De tandarts controleert onder andere op gaatjes, slijtage, tandvleesontstekingen, afwijkingen van het mondslijmvlies en andere problemen die de gezondheid van uw mond kunnen beïnvloeden. Als dat nodig is, worden röntgenfoto's gemaakt om problemen op te sporen die met het blote oog niet zichtbaar zijn. Na het onderzoek bespreekt de tandarts de bevindingen en geeft advies over mondhygiëne, preventie en eventuele behandelingen. Door regelmatig een periodiek mondonderzoek te laten uitvoeren, kunnen problemen vaak vroeg worden ontdekt en behandeld, waardoor grotere behandelingen in de toekomst kunnen worden voorkomen.
Pockets
Ook: Verdiepte ruimtes tussen het tandvleesPockets zijn verdiepte ruimtes tussen het tandvlees en een tand of kies. Ze ontstaan wanneer het tandvlees losraakt door een ontsteking, zoals bij parodontitis.

In gezonde situaties is de ruimte tussen tand en tandvlees ondiep en gemakkelijk schoon te houden. Bij diepe pockets kunnen bacteriën zich ophopen, waardoor de ontsteking kan verergeren en het kaakbot beschadigd kan raken.
De tandarts of mondhygiënist meet de diepte van de pockets tijdens een dieptemeting (DETI-score). Afhankelijk van de uitslag kan een behandeling nodig zijn om de ontsteking te verminderen en verdere schade aan het gebit te voorkomen.
Polijsten
Polijsten is een term die je vaak bij de tandarts tegenkomt. Er bestaan verschillende vormen van polijsten.
Een veel voorkomende vorm van polijsten is het verwijderen van tandplak, verkleuringen en het glad maken van de tanden en kiezen, bijvoorbeeld als slot van een gebitsreiniging. Over het algemeen wordt dit in rekening gebracht met code M03.
Daarnaast bestaat het polijsten of afwerken van vullingen. Met boortjes en of speciale schijfjes wordt de vorm van de vulling aangepast dat deze goed aansluit op de tand. Ook kunnen verkleurde vullingen hiermee worden hersteld en vullingen zo uitgebreid gepolijst worden dat ze zelfs 'hoogglans' gaan glimmen.
Het afwerken en polijsten van vullingen tijdens het aanbrengen is inclusief het tarief en bij oude vullingen wordt dit in rekening gebracht met code V40.
Polijsten van tanden en kiezen tijdens een gebitsreiniging
Polymerisatie
Ook: Tandheelkundig kunststofmateriaalPolymerisatie is het proces waarbij een tandheelkundig kunststofmateriaal, zoals composiet, uithardt. Tijdens dit proces verandert het zachte materiaal in een harde en sterke vulling die bestand is tegen de kauwkrachten.

Bij de meeste witte vullingen gebeurt de polymerisatie met een speciale blauwe uithardingslamp. Het blauwe licht activeert stoffen in het composiet, waardoor een chemische reactie ontstaat en het materiaal binnen enkele seconden hard wordt. Sommige tandheelkundige materialen harden uit door een chemische reactie tussen twee gemengde componenten, zonder dat hiervoor licht nodig is. De tandarts brengt composiet meestal in dunne laagjes aan. Elke laag wordt afzonderlijk uitgehard. Hierdoor ontstaat een sterke, nauwkeurig passende en duurzame vulling. Een goede polymerisatie is belangrijk voor de kwaliteit van de restauratie. Het zorgt ervoor dat de vulling voldoende hard is, goed aan de tand hecht, slijtvast is en lang meegaat. Ook helpt een goede uitharding om de kans op lekkage, verkleuring en breuk van de vulling te verkleinen.
PPS-score (Periodieke Parodontale Screening)
Ook: ScreeningsmethodeDe PPS-score is een screeningsmethode die de tandarts of mondhygiënist gebruikt om de gezondheid van het tandvlees en het kaakbot te beoordelen. PPS staat voor Periodieke Parodontale Screening en helpt om tandvleesontstekingen en parodontitis vroegtijdig op te sporen.
Tijdens de controle meet de behandelaar met een dun meetinstrument (parodontale sonde) de ruimte tussen de tand of kies en het tandvlees, ook wel de pocket genoemd. Daarnaast wordt gekeken naar bloedingen, tandsteen en andere kenmerken van het tandvlees.
Aan iedere tand of kies wordt een PPS-score toegekend. De hoogste score bepaalt of verder onderzoek of een behandeling nodig is.

Betekenis van de PPS-scores:
- PPS 0: Gezond tandvlees, geen bijzonderheden.
- PPS 1: Bloedend tandvlees, maar geen verdiepte pockets.
- PPS 2: Tandsteen of andere plaquevasthoudende factoren aanwezig.
- PPS 3: Verdiepte pockets van 4 of 5 millimeter. Vaak is aanvullend parodontaal onderzoek nodig.
- PPS 4: Pockets van 6 millimeter of dieper. Dit wijst op een grotere kans op parodontitis en vraagt om uitgebreid onderzoek en behandeling.
De PPS-score is een screening en geen definitieve diagnose. Als de score verhoogd is, kan de tandarts of mondhygiënist een uitgebreid parodontaal onderzoek uitvoeren om de ernst van de aandoening vast te stellen en een passend behandelplan op te stellen. Regelmatige controles en een goede mondhygiëne helpen om tandvlees en het kaakbot gezond te houden.
Prenataal
Prenataal betekent vóór de geboorte. Het heeft betrekking op de periode tijdens de zwangerschap, voordat een kind is geboren. In de gezondheidszorg worden prenatale onderzoeken en consulten uitgevoerd om de ontwikkeling van het ongeboren kind te beoordelen, eventuele aangeboren afwijkingen vroegtijdig op te sporen en ouders voor te bereiden op de zorg na de geboorte.
Prothese volledig
Ook: kunstgebitEen uitneembare kunstgebit ter vervanging van alle tanden en kiezen in de boven- of onderkaak rustend op het tandvlees.

PSA (Procedurele Sedatie en/of Analgesie)
Ook: bewustzijn geheel of gedeeltelijk verliezenSedatie betekent het verlagen van het bewustzijn tot een zodanig niveau dat de patiënt zich slaperig voelt, minder goed werkbaar wordt of het bewustzijn geheel of gedeeltelijk verliest.
Dit gebeurt door het toedienen van slaapmedicatie of rustgevende medicatie (sedativa). Analgesie betekent het toedienen van pijnstillende middelen (analgetica). PSA heeft tot doel een medische verrichting optimaal comfortabel te laten verlopen en daarmee maximaal te laten slagen.
Pulpa
Ook: tandzenuwDe pulpa, ook wel tandmerg genoemd, is het levende, zachte weefsel binnenin een tand of kies, bestaande uit bloedvaten, zenuwvezels en bindweefsel. Het bevindt zich in de wortelkanalen en de pulpakamer, en is essentieel voor de voeding en ontwikkeling van de tand. Bij een ontsteking (pulpitis) door cariës of trauma is vaak een wortelkanaalbehandeling nodig.

Pulpakamer
De wortelkanalen komen bij elkaar in de pulpakamer.
Bij kinderen en jong volwassenen zijn de wortelkanalen breed en is de pulpakamer groot. Gedurende het leven zullen deze steeds kleiner worden doordat er vanuit de pulpa nieuw tandbeen wordt afgezet tegen de wanden. Bij wortelkanaalbehandeling is een goede toegang tot de pulpakamer essentieel om van daaruit de kanalen te kunnen vinden en behandelen.
Lees hier meer over de tand(anatomie).
Pulpitis
Ook: tandpulpaontstekingPulpitis is een ontsteking van het tandzenuwweefsel (de pulpa) aan de binnenkant van een tand of kies. Dit ontstaat meestal door een diep gaatje, een lekkende vulling, een scheur of een beschadiging van de tand.
Bij pulpitis kun je last krijgen van een hevige, kloppende kiespijn. De tand of kies kan ook erg gevoelig zijn voor warm, koud of zoet eten en drinken. Soms blijft de pijn ook aanhouden nadat de prikkel is verdwenen.
De tandarts onderzoekt waardoor de ontsteking is ontstaan. Afhankelijk van de ernst kan de tand worden behandeld met een vulling of een wortelkanaalbehandeling. Hoe eerder pulpitis wordt behandeld, hoe groter de kans dat de tand behouden kan blijven.
Radiografie
Ook: röntgenfotoRadiografie is de medische naam voor het maken van röntgenfoto’s. In de tandheelkunde gebruikt de tandarts röntgenfoto’s om delen van het gebit en de kaak te bekijken die met het blote oog niet zichtbaar zijn.

Met radiografie kunnen bijvoorbeeld gaatjes tussen tanden, ontstekingen, de wortels van tanden, het kaakbot en verstandskiezen worden beoordeeld. Ook worden röntgenfoto’s gebruikt bij de planning van behandelingen, zoals een wortelkanaalbehandeling of het plaatsen van implantaten.
Het maken van een röntgenfoto duurt maar enkele seconden en is pijnloos. De hoeveelheid röntgenstraling is klein en de tandarts maakt alleen een foto als dat nodig is voor een goede diagnose of behandeling.
Randopbouw
Ook: kunstgebitten (protheses)Bij kunstgebitten (protheses) is het heel belangrijk dat de randen op de juiste plek eindigen. Niet te kort om te voorkomen dat er onvoldoende afsluiting en zuigwerking is, maar ook niet te lang omdat dan de spieraanhechtingen de prothese in de weg zitten.
Bij het maken van de precisie afdruk voor een prothese of bij het opvullen (rebasing) van een bestaand kunstgebit kan er een techniek toegepast worden om de randen goed te bepalen. Dit heet een zogenaamde randopbouw. Met een laagje harde was of stevig afdrukmateriaal worden de randen afgevormd en door aan de wangen en de spieren te trekken worden de spieraanhechtingen en lipbandjes goed vastgelegd.
Rebasing (relining)
Het opvullen van een (gedeeltelijk) kunstgebit met nieuw (roze) kunsthars, ook wel omschreven als aanbrengen van een nieuwe voering.
Hierdoor sluit het kunstgebit weer goed aan op de kaak (PASVORM) en kan ook ook de BEETHOOGTE hersteld worden.
Rebasen is nodig omdat de tandeloze kaak altijd blijft slinken en daardoor van vorm verandert. Vooral het eerste jaar na het trekken van de tanden en kiezen gaat deze verandering heel snel om later weer te vertragen, maar het stopt dus nooit.
Door het slinken van de kaken zal er ruimte ontstaan tussen de kaak en het kunstgebit. Hierdoor wordt de houvast minder maar zal ook de druk minder goed verdeeld worden, waardoor het slinken weer sneller kan gaan.
Een rebasing kan direct met nieuw kunsthars worden uitgevoerd in de mond van de patiënt of indirect waarbij het kunsthars in een tandtechnisch laboratorium wordt aangebracht.
Bij de indirecte methode wordt met het kunstgebit een precisie afdruk genomen van de kaak waarna een tandtechnieker het afdrukmateriaal omzet in kunsthars. De indirecte rebasing kan ook met een RANDOPBOUW gedaan worden, waardoor de randen van de kaakwal nauwkeurig worden vastgelegd.
Over het algemeen kan de rebasing dezelfde dag uitgevoerd worden, waardoor het gebit alleen die dag niet gedragen kan worden. Na een rebasing kunnen ondanks dat het nieuwe kunsthars afgewerkt en gepolijst wordt, er drukplekken ontstaan.

Rebasing van kunstgebit boven met randopbouw

Rebasing gedeeltelijk frame kunstgebit met randopbouw
Restauratie
Ook: TandrestauratieAlgemene term voor elke behandeling die de functie of het uiterlijk van een beschadigde tand herstelt: vulling inlay kroon brug of implantaat.
Retainer
Ook: SpalkdraadEen beugel of draad die na orthodontische behandeling de tanden op hun nieuwe positie houdt. Kan uitneembaar of vast zijn.

Retentie
Retentie betekent in de tandheelkunde over het algemeen 'houvast'.
Het wordt veel gebruikt bij vullingen, kunstgebitten of kronen. Wanneer gesproken wordt over de retentie van een kroon wordt bedoeld de hoeveelheid kracht die nodig is om de kroon van een tand of kies af te trekken.
Exact gezegd de kracht die nodig is in de tegenovergestelde richting als de inzetrichting van de kroon. Daarnaast wordt ook wel het begrip resistentie gebruikt. Dit laatste slaat meer op de weerstand tegen loskomen of breuk bij krachten in andere richtingen.
Retentie wordt ook bij orthodontie gebruikt voor het vasthouden van het behandelresultaat. Bijvoorbeeld met een retentiespalk die achter de tanden is geplakt.
Retentieapparatuur
Retentieapparatuur is een hulpmiddel dat na een beugelbehandeling wordt gebruikt om tanden en kiezen op hun nieuwe plek te houden. Zo wordt voorkomen dat ze terugschuiven naar hun oude stand. Retentieapparatuur kan bestaan uit een vaste draad (spalkje) achter de tanden of een uitneembare retentiebeugel. Het helpt om het resultaat van de beugelbehandeling langdurig te behouden.

Röntgenfoto’s
Ook: Röntgenfoto systemenRöntgenfoto’s zijn foto's die de tandarts gebruikt om de binnenkant van uw tanden, kiezen, kaakbot en de omliggende weefsels te bekijken. Met een gewone controle zijn niet alle problemen zichtbaar. Een röntgenfoto helpt om afwijkingen vroegtijdig op te sporen.
De tandarts kan een röntgenfoto maken om onder andere gaatjes tussen de tanden, ontstekingen bij de wortelpunten, botverlies door tandvleesproblemen, verstandskiezen of de ligging van tanden en kiezen te beoordelen. Ook worden röntgenfoto’s gebruikt bij wortelkanaalbehandelingen, implantaten en andere tandheelkundige behandelingen.
Het maken van een röntgenfoto duurt slechts enkele seconden en is pijnloos. De hoeveelheid röntgenstraling is zeer klein en wordt alleen gebruikt wanneer dit noodzakelijk is voor een goede diagnose of behandeling.
Er zijn verschillende soorten röntgenfoto’s, zoals kleine röntgenfoto’s (bitewings of solo-opnamen), een overzichtsfoto van de kaken (OPG) en een 3D-scan (CBCT). De tandarts bepaalt welke opname nodig is op basis van uw mondgezondheid en de behandeling.

Rubberdam (Cofferdam)
Ook: rubberdam of ook wel cofferdamEen rubberdam of ook wel cofferdam genoemd is een lapje dat om de tanden en kiezen aangebracht kan worden.
Voor veel behandelingen is het namelijk belangrijk dat een tand of kies droog blijft. Bijvoorbeeld bij witte vullingen, deze worden gelijmd en bij aanraking met vocht zullen ze eerder gaan lekken. Omdat te voorkomen kan de tandarts een rubberdam gebruiken van siliconen (latex vrij) of rubber.
De rubberdam wordt met een klem op een tand of kies vastgezet en soms ook met flossdraad. Bij wortelkanaalbehandelingen is het altijd nodig dat een rubberdam aangebracht wordt. 
Sealant (laklaagje)
Beschermend laklaagje
Een sealant is een dun beschermend laklaagje van kunststof dat de tandarts aanbrengt in de diepe groeven en putjes (fissuren) van kiezen. Door deze groeven af te sluiten, kunnen bacteriën en voedselresten zich minder gemakkelijk ophopen. Hierdoor wordt de kans op gaatjes (fissuurcariës) kleiner.

Sealants worden vooral aangebracht op pas doorgebroken blijvende kiezen van kinderen en jongeren, omdat deze kiezen extra gevoelig zijn voor tandbederf. Ook volwassenen met diepe groeven of een verhoogd risico op cariës kunnen in aanmerking komen voor een sealant.
Het aanbrengen van een sealant is eenvoudig, pijnloos en meestal zonder verdoving. De tandarts maakt de kies eerst goed schoon en droog. Daarna wordt het laklaagje aangebracht en met een speciale blauwe uithardingslamp hard gemaakt. Dit proces heet polymerisatie.
Een sealant kan meerdere jaren bescherming bieden, maar moet tijdens de periodieke controle regelmatig worden gecontroleerd. Als het laklaagje beschadigd of versleten is, kan de tandarts het eenvoudig herstellen of vervangen.
Een sealant is een effectieve manier om gaatjes te voorkomen, maar vervangt geen goede mondverzorging. Twee keer per dag poetsen met fluoride tandpasta, gezond eten en regelmatige controles bij de tandarts blijven belangrijk voor een gezond gebit.
Sedatie
Ook: lachgassedatieSedatie is een manier om je tijdens een tandheelkundige behandeling ontspannen en rustig te maken. Je blijft meestal gewoon bij bewustzijn, maar voelt je minder gespannen en krijgt minder mee van de behandeling.
Sedatie kan worden gegeven met een tablet, een drankje, een prik of via een infuus. Welke vorm wordt gebruikt, hangt af van de behandeling en jouw situatie.
Sedatie wordt vaak toegepast bij mensen met ernstige angst voor de tandarts, een sterke kokhalsreflex of bij langdurige behandelingen.
Na een behandeling met sedatie kun je nog enige tijd suf zijn. Daarom mag je meestal niet zelf autorijden en is het verstandig dat iemand je naar huis begeleidt.
Silaanvloeistoffen
Silaanvloeistoffen zijn speciale hechtvloeistoffen die de tandarts gebruikt om een sterke verbinding te maken tussen een tand en een restauratie van keramiek of porselein.

Voordat een kroon, facing, inlay of onlay wordt vastgeplakt, brengt de tandarts een dun laagje silaan aan op het keramische oppervlak. Hierdoor hecht het bevestigingsmateriaal beter en blijft de restauratie steviger vastzitten.
Silaan is zelf geen vulling of lijm, maar een hulpmiddel dat de hechting verbetert. Dit zorgt voor een duurzamer resultaat en verkleint de kans dat een restauratie loslaat.
Silaniseren
Silaniseren is een chemische verbinding creëren tussen metaal of de glaspartikels in porselein of witte vulling met de lijm (bonding) die de tandarts gebruikt voor cementeren of aanbrengen van nieuwe witte vullingen.
Dit kan belangrijk zijn om extra houvast te creëren bij het vastzetten (cementeren) van kroon- en brugwerk en/of het repareren van kroon- en brugwerk in de mond.
De silaniseervloeistof (silane coupling agent) kan een koppeling (hechting) tot stand te brengen tussen bijv. anorganische glaskristallen van het porselein en de organische lijm (bonding).
Over het algemeen wordt de silaniseervloeistof na het ETSEN aangebracht er zijn ook combinatieproducten. Het is ook mogelijk om een vergelijkbaar effect te verkrijgen met specifieke STRAALPOEDERS.
Silaanvloeistoffen
Sinuslift
Ook: sinusbodemverhogingEen sinuslift is een behandeling waarbij de tandarts of implantoloog extra bot aanbrengt in de bovenkaak. Dit is soms nodig wanneer er te weinig kaakbot aanwezig is om een implantaat stevig te kunnen plaatsen.

Tijdens de behandeling wordt het slijmvlies van de kaakholte voorzichtig omhoog gebracht. De ontstane ruimte wordt opgevuld met botmateriaal, zodat er nieuw kaakbot kan aangroeien.
Na een sinuslift heeft het bot meestal enkele maanden nodig om goed te genezen. Daarna kan het implantaat worden geplaatst, of gebeurt dit direct tijdens dezelfde behandeling als er voldoende bot aanwezig is.
Een sinuslift vergroot de kans op een stevige en duurzame bevestiging van een implantaat. De tandarts of implantoloog beoordeelt met röntgenfoto’s of een 3D-scan of deze behandeling nodig is.
Soft tissue conditioner
Ook: zachte binnenkant van een kunstgebitEen zachte laag aan de binnenzijde van een kunstgebit.

Soms is het nodig om een zachte laag aan te brengen aan de binnenkant van een kunstgebit. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij terugkerende drukplekken of bij beschadigd/ kwetsbaar slijmvlies. Een ander voorbeeld is een kunstgebit dat geplaatst is na plaatsen van implantaten of het het trekken van tanden en kiezen.
De kaak en slijmvliezen veranderen dan snel van vorm (slinken) en de wondjes kunnen last geven. Om deze fase te overbruggen kan er ook een zachte laag aangebracht worden in het kunstgebit.
Over het algemeen wordt deze laag direct in het kunstgebit aangebracht in de mond van de patiënt . De laag is dan tijdelijk (+/- enkele weken tot maanden) bedoeld. Na deze periode zal er vaak een REBASING uitgevoerd moeten worden.
In sommige gevallen kan er ook een blijvende (permanente) zachte laag na een rebasing door de tandtechnieker aangebracht worden.
Sonde
Ook: tandheelkundige sondeSpalk
Ook: Spalken van tandenSpalken van tanden na een ongeval

Spalken is een behandeling waarbij een tandarts losse of verschoven tanden tijdelijk aan de naastgelegen tanden vastmaakt. Hiervoor wordt meestal een dun draadje of een glasvezelstrip met tandkleurig composiet gebruikt. De spalk houdt de tanden op hun plaats terwijl het tandvlees, de wortel en het kaakbot kunnen genezen.
Een spalk wordt toegepast na een ongeval waarbij een tand of kies los is gaan zitten, is verschoven of na het terugplaatsen van een tand die uit de mond is geraakt. De spalk zorgt ervoor dat de tand voldoende steun krijgt, maar laat meestal nog een kleine natuurlijke beweging toe. Dit bevordert de genezing.
De spalk blijft, afhankelijk van het soort letsel, meestal 2 tot 4 weken zitten. Bij ernstigere beschadigingen kan een langere periode nodig zijn. Tijdens deze periode controleert de tandarts regelmatig of de tand goed geneest.
Een goede mondhygiëne is belangrijk zolang de spalk aanwezig is. Poets de tanden voorzichtig, reinig ook rondom de spalk en volg de adviezen van de tandarts. Na de genezing wordt de spalk weer verwijderd. In sommige gevallen is daarna nog een aanvullende behandeling, zoals een wortelkanaalbehandeling, nodig om de tand te behouden.
Splint occlusaal
Ook: KaakspalkSteriele materialen
Ook: SterielSteriele materialen bij een tandheelkundige behandeling
Bij sommige tandheelkundige behandelingen, zoals een implantaat, een wortelpuntoperatie of een andere chirurgische ingreep, werkt de tandarts onder steriele omstandigheden. Dit verkleint de kans op een infectie en zorgt ervoor dat de behandeling zo veilig mogelijk verloopt.

Tijdens de behandeling kunnen de volgende steriele materialen worden gebruikt:
- Steriele handschoenen beschermen zowel de patiënt als de behandelaar tegen bacteriën en andere ziekteverwekkers.
- Steriele doeken dekken het behandelgebied af en zorgen ervoor dat het operatieveld schoon en steriel blijft.
- Steriele operatiejas beschermt de kleding van de behandelaar en helpt om besmetting van het operatiegebied te voorkomen.
- Fysiologisch zout (0,9% NaCl) is een steriele zoutoplossing die wordt gebruikt om de wond en het behandelgebied te spoelen en schoon te houden tijdens de behandeling.
- Steriel instrumentarium bestaat uit speciaal gereinigde en gesteriliseerde instrumenten die direct vóór de behandeling uit een steriele verpakking worden gehaald.
Door steriel te werken wordt de kans op infecties zo klein mogelijk gemaakt. Dit draagt bij aan een goede wondgenezing en een voorspelbaar behandelresultaat, vooral bij chirurgische ingrepen in de mond.
Stiftopbouw
Soms is er na het boren een groot deel van de tand of kies weg. Daardoor kan de tandarts geen vulling of kroon maken. Er is dan te weinig houvast. Dit kan worden opgelost met stiftjes, een soort staafjes van metaal of glasfiber.
De tandarts lijmt die vast in het wortelkanaal. Wortelstiftjes kunnen alleen worden geplaatst na een wortelkanaalbehandeling.

Straalpoeders
Straalpoeders zijn fijne poeders die de tandarts of mondhygiënist gebruikt bij een airflow- of poederstraalbehandeling. Het poeder wordt samen met water en lucht op de tanden gespoten om tandplak, verkleuringen en beginnende aanslag te verwijderen.

Straalpoeders zijn zacht voor de tanden en helpen om ook moeilijk bereikbare plekken goed schoon te maken. Ze worden vaak gebruikt tijdens een professionele gebitsreiniging.
Er zijn verschillende soorten straalpoeders. Welk poeder wordt gebruikt, hangt af van de behandeling en de conditie van het gebit en het tandvlees.
Na de behandeling voelen de tanden weer glad en schoon aan. Een goede mondhygiëne en regelmatige controles helpen om het resultaat zo lang mogelijk te behouden.
Tand(anatomie)
Ook: Anatomie van een tandUit welke onderdelen bestaat een tand of kies?

- (Tand)kroon: Dit is het bovenste deel van de tand of kies wat boven het tandvlees uitsteekt. Normaal gesproken is dit het enige zichtbare gedeelte van de tand. De vorm van de kroon bepaalt de functie van de tand of kies. Snijtanden zijn scherp en beitelvormig om voedsel mee af te bijten. Kiezen hebben een breed en knobbelig oppervlak om voedsel te vermalen en hoektanden zijn een mix van deze twee vormen.
- Glazuur: de buitenste laag van de tand. Glazuur is het hardste, meest gemineraliseerde weefsel in het lichaam. Onder invloed van zuren die door bacteriën in de mond gevormd worden kan het glazuur oplossen, waarna gaatjes kunnen ontstaan.
- Tandbeen (dentine): de laag onder het glazuur en vormt de rest van de stevige basis. Tandbeen is geliger en ook wat minder hard dan glazuur. Als het tandbederf door het glazuur is heen gedrongen, wordt vervolgens het tandbeen aangetast en verloopt het proces ook sneller. Het tandbeen bevat miljoenen minuscule buisjes (tubuli) die rechtstreeks naar de pulpa (zenuw) leiden. Bij blootliggende tandhalzen is deze geleiding goed te voelen bij bijvoorbeeld kou.
- Wortel: het deel van de tand of kies dat in het bot ligt ingebed. De wortel maakt ongeveer twee derde van de tand uit en houdt de tand of kies op zijn plaats en is gemaakt van tandbeen.
- (Wortel)cement: Een tand of kies zit met een heleboel kleine vezeltjes vast aan het kaakbot. Deze vezeltjes zitten weer vast aan het cement op de wortel.
- Wortelkanaal: Een tandwortel is hol van binnen en bevat een of meerdere kanalen, de zogenaamde wortelkanalen. In deze kanalen bevindt zich de 'pulpa' en bij een wortelkanaalbehandeling worden deze wortelkanalen schoongemaakt en gevuld.
- Pulpa: het zachte weefsel dat zich binnen in alle tanden en kiezen bevindt. De pulpa (ook wel tandmerg genoemd) bevat zenuwen en bloedvaatjes. Als het tandbederf in de buurt van de pulpa komt, ontstaat meestal kiespijn. De pulpa bevat ook cellen die tandbeen kunnen aanmaken en deze spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een tand of kies.
- Pulpakamer: De wortelkanalen komen bij elkaar in de pulpakamer. Bij kinderen en jong volwassenen zijn de wortelkanalen breed en is de pulpakamer groot. Gedurende het leven zullen deze steeds kleiner worden doordat er vanuit de pulpa nieuw tandbeen wordt afgezet tegen de wanden. Bij wortelkanaalbehandeling is een goede toegang tot de pulpakamer essentieel om van daaruit de kanalen te kunnen vinden en behandelen.
- Wortelpunt (apex): Dit is het uiteinde van een wortel van de tand of kies. Een belangrijke structuur voor de tandarts omdat via dit uiteinde bacteriën het lichaam kunnen binnendringen en een ontsteking veroorzaken. Daarom zal bij een wortelkanaalbehandeling gepland worden om het wortelkanaal tot bijna bij de wortelpunt te reinigen en vullen. Of via een chirurgische benadering de wortelpunt van buiten af te verwijderen en/of te af te sluiten.
Tanderosie
Ook: erosieChemisch verlies van tandglazuur door frequente blootstelling aan zuren. Resulteert in dunne gevoelige en doorzichtige tanden.

Tandsteen
Ook: calculusVerkalkte tandplak die zich heeft afgezet op het tandoppervlak of onder het tandvlees. Kan alleen professioneel worden verwijderd.

Tandvleesbehandeling bij parodontitis
Een behandeling bij de tandarts bestaat vaak uit verschillende onderdelen. Daarom staan er na een behandeling, bijvoorbeeld het maken van een vulling of een wortelkanaalbehandeling, vaak verschillende codes op de rekening. Dat komt doordat niet alle dingen die de tandarts moet doen onder één code kan vallen.

Hieronder is een voorbeeld te zien van de kosten van een parodontale behandeling bij ernstige PARODONTITIS.
De behandeling bestaat uit verschillende stappen die zijn beschreven in de richtlijn Parodontologie in de algemene praktijk. De behandeling bestaat uit verschillende stappen. Allereerst een uitgebreid onderzoek en intensief reinigen (INITIËLE THERAPIE) om vervolgens de gezondheid van het tandvlees te HERBEOORDELEN. Daarna kan bepaald worden of aanvullende maatregelen nodig zijn zoals een FLAPOPERATIE en wordt ook de nazorg bepaald om te voorkomen dat de ontsteking terugkomt of weer erger wordt.
De situatie kan ernstiger of minder ernstig zijn of tandvleeschirurgie is niet noodzakelijk. De nazorg die meerdere keren per jaar moet worden uitgevoerd zijn niet meegenomen met deze begroting.
Behandeling volgens de richtlijn is de gouden standaard maar u kunt er altijd voor kiezen om op een andere wijze behandeld te worden. Dit alles moet wel goed besproken worden met uw tandarts of mondhygiënist.
Tandvleesrecessie
Ook: tandvleesterugtrekkingTandvleesrecessie betekent dat het tandvlees zich langzaam terugtrekt, waardoor een deel van de tandwortel bloot komt te liggen. Hierdoor lijken tanden of kiezen vaak langer dan normaal.

Terugtrekkend tandvlees kan ontstaan door te hard poetsen, tandvleesontstekingen (parodontitis), tandenknarsen, een verkeerde stand van de tanden of het ouder worden.
Bij tandvleesrecessie kunnen de tanden gevoeliger worden voor warm, koud, zoet of zuur. Ook is de blootliggende tandwortel gevoeliger voor slijtage en gaatjes.
De tandarts of mondhygiënist onderzoekt de oorzaak van de tandvleesrecessie en geeft advies om verdere terugtrekking te voorkomen. In sommige gevallen kan een behandeling, zoals een tandvleestransplantatie, nodig zijn om de blootliggende wortel te bedekken.
TELESCOOPKROON
Telescoopkroon
Een telescoopkroon is een dubbele kroon die wordt gebruikt om een uitneembare prothese stevig vast te zetten. Eerst wordt een binnenkroon op een eigen tand of kies geplaatst. Daarna schuift de prothese met een buitenkroon precies over deze binnenkroon heen, net als een telescoop.

Hierdoor zit de prothese stevig vast, maar kan deze toch gemakkelijk worden uitgenomen om schoon te maken.
Een telescoopkroon zorgt voor meer houvast, een betere verdeling van de kauwkrachten en meer comfort. Deze behandeling is geschikt wanneer er nog enkele eigen tanden of kiezen aanwezig zijn die als steun kunnen dienen.
Tijdelijke vulling
Een tijdelijke vulling is een vulmateriaal dat de tandarts gebruikt om een tand of kies tijdelijk af te sluiten en te beschermen. De vulling blijft meestal enkele dagen tot enkele weken zitten, totdat een definitieve behandeling kan worden uitgevoerd.
Een tijdelijke vulling wordt bijvoorbeeld geplaatst tijdens een wortelkanaalbehandeling, na het verwijderen van tandbederf of wanneer een kroon, inlay of onlay nog door het tandtechnisch laboratorium moet worden gemaakt.
De tijdelijke vulling beschermt de tand tegen bacteriën, voedselresten en speeksel. Daarnaast helpt de vulling om pijn en gevoeligheid te verminderen en voorkomt deze dat de tand verder beschadigt.
Een tijdelijke vulling is minder sterk dan een definitieve vulling. Daarom is het belangrijk om er voorzichtig mee om te gaan en niet op harde of kleverige producten te bijten. Als de tijdelijke vulling losraakt of uitvalt, neem dan contact op met de tandarts zodat de tand opnieuw kan worden afgesloten. Zodra de tand voldoende is hersteld of de definitieve restauratie klaar is, wordt de tijdelijke vulling vervangen door een blijvende oplossing.
TMD (Temporomandibulaire Dysfunctie)
Ook: kaakgewrichtsprobleemTMD is een verzamelnaam voor klachten aan het kaakgewricht, de kauwspieren en de omliggende spieren. Hierdoor kun je pijn of problemen krijgen bij het openen en sluiten van de mond.

Veel voorkomende klachten zijn pijn in de kaak, een vermoeide of stijve kaak, een knappend of krakend kaakgewricht, hoofdpijn, oorpijn of moeite met kauwen. Soms kan de mond ook minder ver open.
TMD kan verschillende oorzaken hebben, zoals tandenknarsen of klemmen, stress, een blessure of overbelasting van de kauwspieren.
De tandarts onderzoekt de oorzaak van de klachten en bespreekt welke behandeling het beste past. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit oefeningen, een opbeetplaat (knarsplaat), adviezen om de kaak te ontlasten of een verwijzing naar een fysiotherapeut of kaakchirurg.
Torus
Ook: torus palatinusEen torus is een onschuldige, harde botuitstulping in de mond. Een torus kan voorkomen op het gehemelte (torus palatinus) of aan de binnenkant van de onderkaak (torus mandibularis).

De meeste mensen hebben geen klachten van een torus. Soms kan de uitstulping wel hinder geven tijdens het eten, bij het dragen van een kunstgebit of als het slijmvlies eroverheen regelmatig beschadigt.
De oorzaak van een torus is niet precies bekend. Erfelijkheid speelt waarschijnlijk een rol. Een torus groeit meestal langzaam en is geen vorm van kanker.
Een behandeling is meestal niet nodig. Alleen wanneer een torus klachten veroorzaakt of het maken of dragen van een gebitsprothese belemmert, kan de tandarts of kaakchirurg adviseren om de botuitstulping te verwijderen.
Ultra Conservative Treatment (UCT)
Ook: BehandelingUltra Conservative Treatment (UCT) is een behandeling waarbij een gaatje zo veel mogelijk wordt afgeremd zonder direct te boren. De tandarts verwijdert de zachte tandplak, geeft uitleg over een goede mondhygiëne en gebruikt vaak fluoride om het tandglazuur sterker te maken. Het doel is om de tand of kies zo lang mogelijk gezond te houden en onnodig boren te voorkomen.
Ultrason scaler
Ook: ultrasoonsondeEen ultrasone scaler is een tandheelkundig instrument dat de tandarts of mondhygiënist gebruikt om tandsteen, tandplak en bacteriën van tanden en kiezen te verwijderen. Het apparaat werkt met snelle trillingen (ultrasoon) en een straaltje water.
De trillingen maken het tandsteen los, terwijl het water de tanden koelt en vuil en bacteriën wegspoelt. Hierdoor kunnen ook moeilijk bereikbare plekken goed worden gereinigd.

Een behandeling met een ultrasone scaler kan soms wat gevoelig zijn, vooral als het tandvlees ontstoken is of de tandhalzen blootliggen. Indien nodig kan de tandarts of mondhygiënist de behandeling onder plaatselijke verdoving uitvoeren.
Door regelmatig tandsteen te laten verwijderen en je gebit goed schoon te houden, verklein je de kans op tandvleesontstekingen en help je je tanden en tandvlees gezond te houden.
Verstandskies
Ook: achtste tandDe derde molaar die doorgaans pas tussen het 17e en 25e levensjaar doorbreekt. Gebrek aan ruimte leidt vaak tot een ingeklemde kies.
Een verstandskies is de laatste kies die achter in de mond doorkomt. De meeste mensen krijgen vier verstandskiezen: twee in de bovenkaak en twee in de onderkaak. Ze komen meestal door tussen het 17e en 25e levensjaar.

Niet iedereen heeft genoeg ruimte voor verstandskiezen. Daardoor kunnen ze scheef groeien, gedeeltelijk doorkomen of helemaal onder het tandvlees blijven zitten. Dit kan klachten veroorzaken, zoals pijn, een ontsteking, een gezwollen tandvlees of schade aan de naastliggende kies.
Als een verstandskies geen klachten geeft en goed schoon te houden is, hoeft deze meestal niet te worden verwijderd. Wanneer er wel problemen ontstaan, kan de tandarts of kaakchirurg adviseren om de verstandskies te trekken.
vijltjes
Ni-Ti wortelkanaalvijltjes (geheugenmetaal)
Ni-Ti wortelkanaalvijltjes zijn dunne, flexibele vijltjes van een legering van nikkel en titanium (geheugenmetaal). De tandarts gebruikt deze vijltjes tijdens een wortelkanaalbehandeling om het wortelkanaal schoon te maken, te vormen en iets wijder te maken.

De vijltjes worden meestal aangedreven door een speciale tandartsboor (endodontische motor), waardoor ze rustig ronddraaien of een heen-en-weergaande beweging maken. Door hun grote flexibiliteit volgen ze de natuurlijke vorm en bochten van het wortelkanaal, waardoor de kans op beschadiging van de tand kleiner is.
Tijdens de behandeling verwijderen de vijltjes ontstoken of afgestorven zenuwresten, bacteriën en ander weefsel uit het wortelkanaal. Tegelijkertijd maken ze het kanaal geschikt om goed te reinigen, te desinfecteren en uiteindelijk luchtdicht af te sluiten met een vulmateriaal.
Dankzij het sterke en flexibele geheugenmetaal kan de tandarts ook smalle en gebogen wortelkanalen veilig en nauwkeurig behandelen. Hierdoor is de kans groter dat de tand of kies behouden kan blijven.
Vlak van een tand of kies
Ook: kanten van een kiesEen tand of kies heeft verschillende vlakken (kanten).
Het is te vergelijken met een dobbelsteen, die heeft ook meerdere vlakken. Een kies heeft bijvoorbeeld een kauwvlak (bovenkant), een vlak aan de wangzijde, een vlak aan de tongzijde en twee vlakken die contact maken met de aangrenzende tanden en kiezen. Een vulling kan in een of meer vlakken tegelijk zitten. In een tand of kies kunnen ook meerdere vullingen zitten.

Vulling
Ook: restauratieEen vulling is een behandeling waarbij de tandarts een gaatje of een beschadigd deel van een tand of kies herstelt. Eerst wordt het aangetaste tandweefsel verwijderd. Daarna wordt de ontstane ruimte opgevuld met een sterk vulmateriaal, meestal tandkleurig composiet.
Een vulling herstelt de vorm en functie van de tand of kies, zodat je weer goed kunt kauwen en het gebit beschermd blijft tegen verdere beschadiging.
De behandeling gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving als het gaatje diep is of als de behandeling gevoelig kan zijn.
Met een goede mondhygiëne, gezond eetgedrag en regelmatige controles bij de tandarts kan een vulling jarenlang meegaan.

Wondgenezing
Het herstelproces na een tandheelkundige ingreep: stolling granulatie remodellering van bot en epitheelvorming.
Wondtoilet
Ook: schoonmaken tandvleesOnder wondtoilet wordt verstaan het schoonmaken van een wond of opgeklapt tandvlees en het wegsnijden van ontstoken of beschadigd weefsel zodat de wondranden glad zijn en makkelijk gehecht kunnen worden.
Denk bij schoonmaken aan spoelen en verwijderen van vuil, scherfjes tand, tandsteen of (kanaal)vulling.

Wortelkanaal
Ook: tand wortelEen tandwortel is hol van binnen en bevat een of meerdere kanalen, de zogenaamde wortelkanalen. In deze kanalen bevindt zich de 'pulpa' en bij een wortelkanaalbehandeling worden deze wortelkanalen schoongemaakt en gevuld.

Lees HIER meer over de tand(anatomie).
Wortelkanaalbehandeling
Ook: zenuwbehandelingBij een wortelkanaalbehandeling, ook wel zenuwbehandeling genoemd wordt het binnenste levende deel van een tand of kies verwijderd (pulpa) verwijderd. Vervolgens worden de wortelkanalen ruimer gevijld, gedesinfecteerd en weer opgevuld. Meestal is er een verdoving (A10) nodig voor deze behandeling.
Herkenbaar is de situatie van kiespijn ontstaan door een ontstoken zenuw en waarbij de wortelkanaalbehandenling de pijn verhelpt. Soms is de zenuw al afgestorven en leven er bacteriën in de wortelkanalen die dan rondom de wortelpunt een infectie veroorzaken. Een wortelkanaalbehandelingen is ook een oplossing om die ontstekingen te genezen.
Een andere reden waarom een wortelkanaalbehandeling nodig kan zijn is om extra houvast voor een kroon of brug te verkrijgen.
De wortel moet tot bijna aan de wortelpunt worden schoongemaakt en gevuld. Daarom neemt de tandarts röntgenfoto's om de wortels te beoordelen. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een elektronisch apparaat om de lengte van de wortels te bepalen (E85).
De tand of kies wordt afgeschermd met een rubberlapje, ook wel rubberdam (E45) genoemd. Hierdoor kan de tand of kies schoon blijven en de patiënt is ook beschermd voor de instrumenten en de desinfecterende middelen.
Middels boren wordt via de tandholte (pulpakamer) de wortelkanalen bereikt. Deze worden met vijltjes verruimd; vaak worden speciale vijltjes van geheugenmetaal gebruikt (E04). Tijdens het vijlen worden de wortelkanalen gedesinfecteerd met een spoelmiddel. De schoongemaakte kanalen worden gevuld met rubberstiftjes (Gutta-Percha) en cement. De tand of kies zelf wordt vervolgens afgesloten met een definitieve vulling of kroon.
Omdat een kanaalbehandeling veel tijd kost, soms wel meer dan twee uur, wordt de behandeling vaak in twee afspraken gepland. Na de eerste behandeling krijgt de tand of kies een tijdelijke vulling en wordt er vaak een desinfecterend middel in de wortelkanalen aangebracht (E19).
Lees HIER antwoorden op veel gestelde vragen over wortelkanaalbehandelingen.
Wortelpunt (apex)
Ook: Uiteinde van een wortel van de tand of kiesDit is het uiteinde van een wortel van de tand of kies.
Een belangrijke structuur voor de tandarts omdat via dit uiteinde bacteriën het lichaam kunnen binnendringen en een ontsteking veroorzaken. Daarom zal bij een wortelkanaalbehandeling gepland worden om het wortelkanaal tot bijna bij de wortelpunt te reinigen en vullen. Of via een chirurgische benadering de wortelpunt van buiten af te verwijderen en/of te af te sluiten (APEX RESECTIE).
Lees meer over de tand(anatomie).

Wortelresorptie
Ook: afbraakproces van tandwortelsHet biologische afbraakproces van tandwortels extern of intern. Kan optreden na trauma orthodontische behandeling of als gevolg van druk.

Wortelresorptie is een aandoening waarbij het weefsel van de tandwortel langzaam wordt afgebroken. Dit kan aan de buitenkant of aan de binnenkant van de wortel gebeuren.
De oorzaak is niet altijd bekend. Wortelresorptie kan ontstaan na een ongeval, een ontsteking, een beugelbehandeling, een tand die opnieuw is teruggeplaatst na uitvallen of door andere beschadigingen van de tand.
In het begin geeft wortelresorptie meestal geen klachten. Daarom wordt het vaak ontdekt op een röntgenfoto tijdens een controle. Als de aandoening verder voortschrijdt, kunnen pijn, gevoeligheid of het losser gaan staan van een tand of kies ontstaan.
De behandeling hangt af van de oorzaak en de ernst van de wortelresorptie. Soms is een wortelkanaalbehandeling voldoende om de tand te behouden. In ernstige gevallen kan het nodig zijn om de tand of kies te verwijderen. Regelmatige controles helpen om wortelresorptie zo vroeg mogelijk op te sporen.
Zandstralen
Ook: hechting van een tandtechnisch werkstukDe tandarts kan de hechting van een tandtechnisch werkstuk (o.a. kroon) vergroten door deze en het tandweefsel met zandstralen op te ruwen. Dit is belangrijk om voldoende houvast te creëren voor tandtechnische werkstukken.

Ook kan met zandstralen de hechting van vulmateriaal aan reeds geplaatste kronen of vullingen verbeterd worden. Dit laatste is belangrijk om al geplaatst kroon- en brugwerk met witte vulling in de mond te kunnen repareren.
Er bestaan straalapparaten die aan de tandartsunit kunnen worden bevestigd. Daarnaast zijn er speciale straalpoeders die niet alleen het oppervlak ruwer maken voor meer hechting, maar ook een extra chemische (silaan) hechting aan metaal, witte vulling en porselein kunnen creëren.
Zenuwbehandeling
Ook: wortelkanaalbehandelingVolkstaalterm voor wortelkanaalbehandeling. Door moderne technieken en anaesthesie is de ingreep doorgaans goed verdraagbaar.
Zirkonia
Ook: zirkoonoxideZirkoonoxide: een wit keramisch materiaal voor kronen en bruggen en implantaatabutments. Sterk biocompatibel en metaalvrij.
Zirkonia is een zeer sterk, wit keramisch materiaal dat in de tandheelkunde wordt gebruikt voor kronen, bruggen, implantaatkronen en soms voor volledige gebitsreconstructies.
Omdat zirkonia tandkleurig is, lijkt het sterk op een natuurlijke tand. Het materiaal is slijtvast, duurzaam en goed bestand tegen de grote krachten die tijdens het kauwen ontstaan.
Zirkonia wordt vaak gekozen voor zowel tanden als kiezen, omdat het een mooie uitstraling combineert met een hoge stevigheid. Daarnaast is het materiaal biocompatibel, wat betekent dat het meestal goed door het lichaam en het tandvlees wordt verdragen.

Met een goede mondhygiëne en regelmatige controles bij de tandarts kan een restauratie van zirkonia vele jaren meegaan.






