Het melkgebit en het blijvende gebit | Tandarts.nl

Een gebit is het samenstel van tanden en kiezen. Bij mensen zijn dat er 32 in het blijvende gebit. Deze elementen zijn gelijk verdeeld over de boven- en onderkaak. Per kaak bevat het blijvende gebit dus 16 elementen. De 32 gebitselementen in het blijvende gebit zijn inclusief vier verstandskiezen. Telt u deze niet mee, dan heeft een volwassen persoon 28 tanden en kiezen in totaal.

De belangrijkste functie van het menselijk gebit is het (voor)verwerken van voedsel. Daarnaast is het essentieel voor ons spraakvermogen. Natuurlijk mogen we het cosmetische aspect niet vergeten.

Mogelijk interessante onderwerpen zijn:

Ontwikkeling van het gebit tijdens zwangerschap

De ontwikkeling van het melkgebit bij een baby die zich nog in de buik van de moeder bevindt, gaat razendsnel. Die begint namelijk al tijdens de zesde week van de zwangerschap. De vorming van de tand start bij het glazuur van de snijrand. Dat gebeurt in een bijzonder deel van de kaak (de lamina dentalis) van het ongeboren kind. Hierna wordt de tand steeds verder opgebouwd richting de wortel. Een zwangerschap is daarom absoluut van invloed op de ontwikkeling van het melkgebit.

Hieronder vindt u een Nederlands gesproken animatie waarin wordt uitgelegd uit welke verschillende weefsels een tand of kies ontstaat in het embryo. In sommige gevallen is door ziekte en erfelijke oorzaken het glazuur op de kiezen minder goed aangelegd. Dan ontstaan zogenaamde kaaskiezen, die extra kwetsbaar zijn voor tandbederf (gaatjes) en slijtage.

Vitamines

Welke vitaminen en mineralen zijn tijdens de zwangerschap van extra belang met het oog op een gezond toekomstig gebit? Zwangere vrouwen krijgen het advies het mineraal calcium in bepaalde hoeveelheden in te nemen. Calcium zorgt voor stevigheid van botten en het gebit. Niet alleen van de moeder, maar ook van het ongeboren kind. U vindt dit mineraal in melkproducten, melk, kaas, groenten, peulvruchten en noten.

Ook de inname van (extra) vitamine D wordt tijdens de zwangerschap aangeraden. Deze vitamine stimuleert de opname van calcium door het lichaam. Na de geboorte blijft vitamine D van groot belang voor voldoende kalkopname en de opbouw van sterke botten en tanden. Vitamine D zit vooral in vette vis zoals zalm, makreel en haring. In vlees en eieren vindt u naar verhouding minder vitamine D.

Na de geboorte zijn alle melktanden en kiezen en een gedeelte van het blijvende gebit onder het tandvlees in het kaakbot aanwezig. De ontwikkeling van het gebit is op dat moment dan ook al volop in gang gezet.

Het melkgebit

Het melkgebit bestaat uit 20 elementen: 12 melktanden en 8 melkkiezen. Vanzelfsprekend zijn ook deze elementen net als bij het blijvende gebit gelijk verdeeld over de boven- en onderkaak. Per kaak bevat het melkgebit dus 10 elementen. De leeftijd waarop baby’s hun eerste tandjes krijgen, verschilt. Gemiddeld breken de eerste tandjes door tussen de zes en negen maanden. Heel soms is er bij de geboorte al een tandje te zien. Meestal zijn tijdens de eerste verjaardag van het kind de vier bovenste en vier onderste snijtanden zichtbaar. Daarna volgen vier kiezen boven en vier kiezen onder. Vanaf de zestiende maand breken de hoektanden door in de bovenkaak. Kort daarop volgen de hoektanden in de onderkaak. Het doorbreken van melktandjes laat bij sommigen nog even op zich wachten en kan duren tot het kind twee jaar is. Start in ieder geval met gebitsverzorging zodra het eerste melktandje is doorgebroken.

In het schema hieronder staan de doorbraaktijden van het melkgebit:

doorbraaktijden melkgebit

Tijdens de periode van doorbraak kwijlt een kind vaker en verdwijnen vingers en andere dingen in de mond om op te kauwen. Kwaaltjes zoals uitslag op de billen, rode wangetjes, verhoging en huilerig gedrag worden toegeschreven aan het doorbreken van de melktanden. Een echt verband is nooit wetenschappelijk aangetoond.

Melktandjes zijn kwetsbaar voor suiker en zuur, omdat ze een relatief dunne glazuurlaag hebben. Dit tandglazuur beschermt tanden doorgaans tegen deze voedingsmiddelen. Vanwege de kwetsbaarheid van de melktandjes is een goede verzorging vanaf het doorkomen belangrijk. Die verzorging heeft ook een positieve invloed op een gezonde ontwikkeling van het blijvende gebit. Zodra tandplak in aanraking komt met suiker uit onze dagelijkse voeding, worden schadelijke zuren geproduceerd. Die zijn de hoofdoorzaak van gebitsaandoeningen. Hoe meer suiker in voeding zit en hoe vaker een kind suiker in de mond heeft, des te groter de kans dat mondbacteriën zuren produceren die zorgen voor tandbederf. Dus niet alleen de hoeveelheid suiker, maar ook het aantal keer dat het gebit per dag in aanraking komt met suiker, telt.

Praktisch advies

  • Poets het melkgebit zorgvuldig met een speciale kindertandenborstel en fluoridepeutertandpasta. Bij kinderen tot twee jaar is het voldoende de tanden één keer per dag te poetsen.
  • Stap zo vroeg mogelijk over van een zuigfles of anti-lekbeker op een drinkbeker zonder tuit. Al vanaf negen maanden kunnen de meeste kinderen uit een beker zonder tuit leren drinken. Vele kleine beetjes sap uit een zuigfles kunnen het melkgebit op ernstige wijze aantasten en zuigflescariës veroorzaken.
  • Geef uw kind geen flesje mee naar bed, ook niet met melk. Net als in sappen zit daar suiker in dat tandbederf kan veroorzaken. Kinderen die een fles mee naar bed krijgen om daarmee in slaap te vallen, lopen het meeste risico zuigflescariës te ontwikkelen.

Zuigflescariës bij babies

Zuigflescariës is een vorm van tandbederf dat meestal aan de gladde kanten van de boventanden ontstaat. Het komt voor bij jonge kinderen bij wie de tanden net zijn doorgebroken en waar het glazuur nog niet is uitgehard. Hierdoor is het glazuur makkelijker oplosbaar onder invloed van zuren en is de kans op het ontstaan van tandbederf groter. Regelmatig sabbelen op een zuigfles waar zoete drank in zit, draagt daar aan bij.

Tips bij voeding en melktandjes van peuters

  • Beperk het aantal eetmomenten per dag. Drie maaltijden en drie tussendoortjes per dag kan het gebit goed aan.
  • Poetsen met een fluoridetandpasta is essentieel. Fluoride maakt het glazuur harder en dus minder vatbaar voor zuuraanvallen.
  • Beperk de suikerrijke en zuurhoudende dranken, zoals sappen en frisdranken. Wissel deze dranken zoveel mogelijk af met water.
  • Als er een zuigbehoefte is bij het slapen gaan, geef het kind dan liever een fopspeen mee in plaats van een fles.
  • Als uw kind tóch een fles wil voor bedtijd, geef dan sowieso geen suikerrijke of zuurhoudende dranken, maar water.
  • Kinderen zijn pas vanaf hun tiende jaar in staat zelfstandig hun gebit te poetsen. Poets daarom tot en met het tiende levensjaar het gebit van uw kinderen.

Tanden wisselen

Het wisselen van de melktanden begint meestal als een kind 6 jaar oud is. In deze fase verliest het de onderste melksnijtanden en komen de eerste blijvende kiezen door. De bovenste melksnijtanden vallen uit als een kind tussen de 7 en 8 jaar oud is. De rest van het blijvende gebit komt door als het kind 10 tot 13 jaar is. Een volledig blijvend gebit bestaat uit twaalf tanden en zestien kiezen, verstandskiezen niet meegerekend. De verstandskiezen verschijnen gemiddeld vanaf 18-jarige leeftijd. Uiteraard kunnen bovenstaande fases van kind tot kind verschillen.

Een gezond melkgebit is de basis voor een gezond blijvend gebit omdat:

  • Het vroegtijdig verloren gaan van melkelementen kan ruimteproblemen en scheefstand in het blijvende gebit veroorzaken.
  • Een slecht melkgebit is vaak het gevolg van slechte gewoonten, zoals slecht en/of slordig tandenpoetsen, verkeerde voedingsgewoonten, langdurig drinken uit een zuigfles. Handhaving van deze gewoonten kan leiden tot een slecht blijvend gebit.
  • Ontstekingen aan het melkgebit kunnen schade toebrengen aan de nog niet doorgebroken blijvende elementen.
  • Melktanden en kiezen met tandbederf kunnen de blijvende buurtanden en kiezen aantasten.

Het blijvende gebit:

doorbraak tijden permanent gebit

Het blijvende gebit

Door beweging van de mond breken de eerste blijvende kiezen achter de melkkiezen door en komen melktanden los te staan. De meeste kinderen merken niets van het doorbreken van de nieuwe blijvende kiezen. Deze kiezen zijn in deze periode echter wel, net als melkelementen, kwetsbaar voor het ontstaan van tandbederf.

De blijvende elementen hebben bij doorbraak al hun definitieve vorm en formaat en breken vaak scheef in de kaak door. Ze lijken relatief groot. Dat komt omdat de groeispurt op dat moment nog niet is begonnen. Meestal lost de scheefstand vanzelf op, zodra de kaken gaan groeien. Soms breken de blijvende tanden net achter de melktanden door en ontstaat er een dubbele rij tanden. Dat maakt het schoon houden van de tanden lastig. Ook dit probleem lost zich meestal vanzelf op. In een enkel geval moet de tandarts de melktanden trekken.

Naast het wisselen van melktanden voor blijvende tanden, breken achter het melkgebit acht nieuwe grote kiezen en eventueel vier verstandskiezen door. Het wisselen is meestal voltooid op 13- of 14-jarige leeftijd. Een blijvend gebit is echter pas compleet na doorbraak van de verstandskiezen. Dat gebeurt gemiddeld wanneer iemand tussen de 18 en 24 jaar oud is. Soms breken de verstandskiezen helemaal niet door of zijn ze niet aangelegd (agenetisch). 

Hieronder is te zien hoe de kiemen van de blijvende tanden (in het rood) achter de melktanden liggen.

doorbraak achter melktanden

Zoek de verschillen

Valt het u op dat het blijvende gebit geler van kleur is dan het melkgebit? Dat klopt. Het glazuur van het blijvende gebit is uit vrij netjes evenwijdig liggende kristallen opgebouwd. Vanwege lichtinval kan het gele tandbeen (dentine) doorschemeren. De kristallen van het glazuur van het melkgebit liggen minder netjes naast elkaar, wat het glazuur minder doorzichtig maakt. Vergelijk het met gebarsten glas. Dat is ook minder doorzichtig en witter dan onbeschadigd glas.

Het glazuur van het melkgebit is dunner en minder sterk dan het glazuur van het blijvend gebit. Hierdoor ontstaat makkelijker tandbederf en slijt het glazuur van het melkgebit sneller. Op 7- of 8-jarige leeftijd kunnen de knobbels van de melkkiezen door het kauwen zelfs al zijn weggesleten. Ook wat betreft vorm en grootte wijkt het blijvende gebit af van het melkgebit. Melktanden en hoektanden zijn kleiner dan de blijvende snij- en hoektanden . De nieuwe blijvende ondertanden hebben vaak een kartelrandje. Deze verdwijnen in de loop van de jaren als gevolg van slijtage door kauwbewegingen.

Op de plaats van de melkkiezen breken kiezen (premolaren) door die kleiner zijn en minder knobbels hebben dan de melkkiezen. De blijvende grote kiezen die daarachter doorbreken, hebben diepere groeven (fissuren). Dat maakt het lastiger schoon te houden. In het voorkomen van het ontstaan van tandbederf in deze groeven, legt de tandarts sealants in de groeven. Een sealant is een wit of doorzichtig kunsthars laagje dat in de groef wordt aangebracht. Hierdoor wordt de fissuur afgesloten en minder diep. Tandbederf ontstaat minder snel en de groeven zijn makkelijker schoon te houden.

Nummering van de gebitselementen

De tandarts kan op verschillende wijzen de 20 elementen van het melkgebit en de 32 elementen van het blijvende gebit benoemen. In Europa is het meest gebruikte systeem het FDI ‘Two Digit’ systeem. Dit systeem geeft alle gebitselementen een code, die bestaat uit twee cijfers. Deze twee cijfers worden als twee aparte cijfers uitgesproken. Dat wil zeggen dat de 21 wordt uitgesproken als de 'twee-een' en niet als 'eenentwintig'.

Het eerste cijfer is een aanduiding voor het kwadrant, het tweede cijfer voor het element. De kwadranten ontstaan door het gebit in vier gelijke delen te verdelen in boven en onder en in links en rechts. Bij het gebruik van de termen links en rechts wordt altijd geredeneerd vanuit de patiënt. Niet vanuit de persoon die zich tegenover de patiënt bevindt en het gebit bekijkt.

De kwadranten worden genummerd van 1 tot 4 vanaf rechtsboven tot en met rechtsonder met de klok meegeteld. De gebitselementen worden genummerd: beginnend bij 1 (de centrale snijtand) en vanaf de middellijn wordt opgeteld richting het gebied van de kiezen tot nummer 8 (de verstandskies).

Dit doen de gebitselementen 

Op basis van vorm en functie worden de elementen ingedeeld in snijtanden (incisieven), hoektanden (cuspidaten), en kiezen ((pre)molaren). De incisieven zijn bedoeld om te kunnen afbijten. De incisieven uit de boven- en onderkaak werken samen als een soort schaar. De hoektanden zijn geschikt om voedsel te grijpen en af te scheuren. De (pre)molaren gebruiken we voor het kauwen en vermalen van voedsel voordat we het doorslikken.

Wilt u meer lezen over tandbederf of bijvoorbeeld over de wisselfase? Hieronder treft u artikelen met meer informatie aan.

Deze informatie en/of conclusies zijn gebaseerd op de mening van de auteur, welke weer gebaseerd zijn op de huidige stand der wetenschap.