(Alweer) een beugel? Denk eens aan logopedie!

Shirly Kan rondt aankomende zomer (2026) haar opleiding Logopedie af aan hogeschool Windesheim in Almere. Naast haar studie is zij werkzaam als logopedist in opleiding bij de Jeugdgezondheidszorg Almere van GGD Flevoland.

Voor één van haar vakken heeft Shirly zich als doel gesteld het beroep logopedie op de kaart te zetten. In dat kader raakte zij in het bijzonder geïnteresseerd in het onderwerp logopedie bij mensen die, als gevolg van afwijkende mondgewoonten, opnieuw een beugel nodig hebben. Veel mensen realiseren zich namelijk niet dat deze problemen vaak (deels) met logopedische behandeling kunnen worden verholpen. Hieronder lees je haar bijdrage.

Logopedie of weer een beugel?

Je kent het misschien: je hebt ooit een beugel gehad, alles stond mooi recht… en toch zie je na een tijdje weer beweging. Een tand die draait, een spleetje dat terugkomt, of een beet die ineens niet meer “klopt” zoals eerst. Soms komt dan het advies: opnieuw een beugel.

Dat kan helemaal passend zijn. Maar er is één vraag die hierbij helpt: waarom is het eigenlijk teruggekomen?

Tanden staan namelijk niet op zichzelf. Ze staan midden in een systeem van spieren, gewoonten en (lichte maar constante) druk. Als die krachten elke dag terugkomen, is het logisch dat het gebit op termijn weer mee beweegt - zelfs als er een spalkje of nachtbeugel wordt gedragen.

Daarom is het verstandig om óók aan logopedie te denken, en dan vooral orofaciale logopedie/ OMFT (orofaciale myofunctionele therapie). Een veel voorkomende misvatting is dat logopedie alleen betrekking heeft op spraak. Met logopedie train je namelijk ook je mondgewoonten. 

Mondgewoonten: klein gedrag, groot effect

Veel jongvolwassenen en volwassenen hebben mondgewoonten die zo “normaal” voelen dat ze nauwelijks opvallen, zoals:

  • (Veel) mondademen of vaak een open-mond-houding 
  • Een tong die in rust laag ligt in plaats van tegen het gehemelte
  • Tong tegen de tanden duwen of slikken met druk tegen de tanden
  • Klemmen/knarsen en veel spanning in kaakspieren

Dit kan invloed hebben op de tandenstand, maar het blijft niet altijd “alleen een tand-kwestie”.

Het gaat vaak óók over gezondheid en comfort

Afwijkende mondgewoonten kunnen op meerdere vlakken klachten geven. Denk bijvoorbeeld aan:

- Droge mond en mondgezondheid:

Mondademen droogt het slijmvlies uit. Dat voelt niet alleen vervelend, maar een droge mond is ook minder prettig voor tanden en tandvlees.

- Slaap en herstel:

Mensen die 's nachts veel door de mond ademen worden vaker wakker met een droge mond, kunnen meer snurken en voelen zich soms minder uitgerust. Het is niet altijd de oorzaak van slaapproblemen, maar het kan wél meespelen.

- Kaak-, nek- en hoofdpijnklachten

Klemmen en overactieve mondspieren kunnen zorgen voor vermoeide kauwspieren, kaakpijn of hoofdpijn. Zeker in stressperiodes komt dit vaak naar voren.

- Spanning in het gezicht:

Lippen sluiten met veel kinspanning, een tong die “druk zoekt” of voortdurend een open mond: het kan allemaal leiden tot een gevoel van onrust in het mondgebied.

- Slikken en eten:

Slikken met veel druk (tong tegen/tussen de tanden) kan een patroon zijn dat ongemerkt heel vaak op een dag terugkomt. Sommige mensen merken ook dat kauwen aan één kant “makkelijker” voelt.

En ja: diezelfde factoren kunnen óók bijdragen aan tanden die weer verschuiven.

Wat doet een logopedist (OMFT)?

Bij OMFT kijkt de logopedist naar het samenspel van tong, lippen, ademhaling, slikken en spierspanning. Dus: hoe is de rusthouding, hoe wordt er geslikt, hoe wordt er geademd, en hoeveel spanning zit er in het hele mondgebied?

Daarna volgt praktische training, stap voor stap:

  • Tongrust tegen het gehemelte
  • Slikken zonder tongdruk tegen tanden
  • Lipsluiting zonder knijpe
  • Makkelijker (en vaker) neusademen
  • Spierspanning beter leren herkennen én loslaten

Het doel is niet “oefeningen doen om het oefenen”, maar: nieuwe gewoonten automatiseren, zodat de mond het gebit én het dagelijks comfort beter ondersteunt.

Belangrijk: het is niet óf-óf, maar én-én

Logopedie/OMFT is geen vervanging van tandarts of orthodontist. Soms is orthodontie nodig om tanden en beet goed te corrigeren.

Logopedie richt zich dan op de “omgeving” van het gebit: spierfunctie en mondgewoonten die invloed hebben op stabiliteit, comfort en mondgezondheid.

Juist daarom is samenwerking waardevol: tandarts/orthodontist voor de stand, logopedist voor de functie. Met als doel: een mooi resultaat dat ook beter te behouden is.

Wat kun je nu al zelf doen?

Een paar laagdrempelige startpunten die veel mensen al inzicht geven:

1) De 3-punten-check (rusthouding): Lippen zacht dicht - tanden los - tong omhoog (tegen het gehemelte).

2) per dag 1 minuut neusademen met lippen gesloten.

3) Stel een reminder in “tanden los”

Veel klemmen gebeurt onbewust, achter een scherm of in de auto.

Tot slot

Soms is een (nieuwe) beugel nodig. Maar als klachten blijven terugkomen - tanden die weer schuiven, een droge mond, spanning in kaakspieren of het gevoel dat de mond “onrustig” is - dan kan het lonen het om breder te kijken.

Logopedie/OMFT helpt om mondgewoonten en spierfuncties aan te pakken die niet alleen invloed kunnen hebben op de tandenstand, maar ook op comfort en mondgezondheid.

Herken je dit? Bespreek het met de tandarts en/of orthodontist en vraag of orofaciale logopedie/OMFT in jouw situatie passend kan zijn.

 

Bronnen: 

- Maas, J. (2025, 14 december). Home - OMFT.info - Cursussen en materialen. OMFT.info - Cursussen en Materialen. https://omft.info/

- Wat is OMFT? – OMFT Cursus. (z.d.). https://www.omft.nl/wat-is-omft/

- Jansonius-Schultheiss, K., Van Coppenolle, L., & Beyaert, E. (1991). Afwijkende mondgewoonten. ACCO.

- Verlinden, B. P. M., & Helderop, P. (2008). Voorkom relaps door OMFT. TandartsPraktijk, 29(10), 61–69. https://doi.org/10.1007/bf03077841