Omgang met patienten van verschillende leeftijden

Author:
x-antje
Posted:
ma, 11/04/2013 - 14:50
Goedendag,

Voor mijn opleiding 'tandartsassistent' heb ik een opdracht gekregen. Ik heb de verschillende levensfasen moeten beschrijven en de volgende opdracht is dat ik per levensfase hoe je met deze doelgroepen omgaat in de praktijk. Ik vind dit best wel lastig aangezien ik nog geen stage heb gelopen. Ook moet ik praktijkvoorbeelden erbij vernoemen.

Ik hoop dat iemand mij hierbij kan helpen.

Zuigelingenfase (geboorte tot 18 maanden)
Peuterleeftijd (18 maanden tot 3 jaar)
Kleuterleeftijd (3 tot 5 jaar)
Basisschoolleeftijd (6 tot 12 jaar)
Adolescentie (12 tot 18 jaar)
Vroege volwassenheid (18 tot 35 jaar)
Middelbare volwassenheid (35 tot 55 jaar)
Late volwassenheid (55 - tot dood)
Newtan

Ik deel mijn aanpak van de diverse patiënten echt niet in op leeftijd.
Eerder in karakter.
Ik heb geen groot verschil in aanpak tussen iemand van 12 of 82, allebei neem ik erg serieus.
Maar ik ben een man, dus eigenlijk zelf nooit volwassen geworden.

Alle gekheid op een stokje:
Als het om levensfasen gaat, dan heb je te maken met communicatie en levenshouding.

Zuigelingenfase (geboorte tot 18 maanden): Totale afhankelijkheid van papa en mama: geheel op zichzelf gericht.
Blijf glimlachen en probeer via de verzorger contact te krijgen.
Peuterleeftijd (18 maanden tot 3 jaar): Ondernemend, onderzoekend, nog steeds geheel op zichzelf gericht.
Spelenderwijs korte dingen laten zien. Korte vragen stellen, meestal krijg je geen antwoord. (sommige volwassenen zitten nog steeds in dit stadium!). Duidelijke korte instructies geven.
Kleuterleeftijd (3 tot 5 jaar): Communicatie met vreemden begint op gang te komen, maar alles draait nog steeds om ikke.
Behandelingen in overleg met ouders zijn goed mogelijk. Maar hou het heel kort en waar mogelijk positief. Emoties worden veel makkelijker geuit dan onder de 3.
Basisschoolleeftijd (6 tot 12 jaar): Het begin van teamvorming. Met zo'n kind kun je samen spannende dingen doen. Spelenderwijs kom je heel ver met uitleg en waar nodig behandelingen.
Adolescentie (12 tot 18 jaar) Jonge volwassenen tegenwoordig, maar met een veel kortere aandachtsspanne. Vraag wat ze willen en probeer dan twee keuzes te geven (wil je een kleine of een grote verdoving? Mint of aardbeiensmaak?). Inspraak is steeds belangrijker.
Vroege volwassenheid (18 tot 35 jaar): Enige emotionele rijpheid. Beslissen is nog moeilijk, samenwerking gaat afhankelijk van het vertrouwen wat je samen opbouwt erg goed. Zeer wisselende prioriteiten, dus afspraken moeten steeds uitdrukkelijk bevestigd worden.
Middelbare volwassenheid (35 tot 55 jaar): zelfstandig denken en beslissen is goed ontwikkeld, maar het leven is ontzettend hectisch. Emoties worden vaak verborgen. Maar als je om medewerking vraagt, wordt die graag gegeven,zelfs als je niet goed genoeg bent.
Late volwassenheid (55 - tot dood): Ook hier zitten nog wel wat nuances in. Meestal enige gelatenheid in het aftakelingsproces. Vaak bepaalt de patiënt zelf graag de prioriteiten. En die legt dus zelf de grens op aan de behandelingen. Bijvoorbeeld eerder ingegeven door tijd of geld. En als je ze goede hoop kan geven op een goede afloop, mag je een behandeling doen.

Ik heb hier het standpunt van een assistente proberen aan te houden. Die assistente is heel vaak de voornaamste steunpilaar in de communicatie met de patiënten!
En: vraag, vraag, vraag. Iedereen heeft meer aandacht voor je als je ze wat vraagt. Dan kun je iemand ook meer sturen als dat nodig is. En je kunt jezelf ook bijsturen als iemand niet reageert zoals je verwacht. Zo maak je van een patiënt eventjes een teamlid.
ma, 11/04/2013 - 23:36 Permalink